ECLI:NL:HR:2019:774 (Winsten uit pokerspelen)

Hoge Raad 21 mei 2019, winsten uit pokerspelen
(ECLI:NL:HR:2019:774)

Essentie
Verdachte is door het Hof veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren wegens gewoontewitwassen ex artikel 420bis Sr. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij voorwerpen als: een geldbedrag en 3 verschillende personenauto’s van het merk Volkswagen Golf heeft verworven, overgedragen, omgezet, voorhanden heeft gehad en/of er gebruik van heeft gemaakt, terwijl hij wist dat deze voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf en hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Verdachte heeft samen met zijn echtgenote kunnen beschikken over een geldbedrag ter hoogte van € 65.000, waar geen legale inkomsten tegenover staan. Gelet op de verklaringen van de verdachte over de verhouding tussen zijn bezoeken aan legale casino’s en illegale casino’s, kan het volgens het Hof niet anders zijn dan dat verdachte ook aanzienlijke geldbedragen heeft gewonnen met pokerspelen bij gelegenheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a Wet op de kansspelen. Hierin is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning gelegenheid te bieden om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing van winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop deelnemers in het algemeen geen invloed op uit kunnen oefenen. Het Hof oordeelt dat deze geldbedragen te beschouwen zijn als afkomstig uit enig misdrijf, omdat de toernooivariant van het pokerspel als een kansspel in de zin van de Wet op de kansspelen moet worden beschouwd.

Rechtsregel
Kunnen de in de bewezenverklaring opgenomen voorwerpen worden gekwalificeerd als ‘afkomstig uit enig misdrijf’ in de zin van artikel 420bis Sr? In tegenstelling tot het Hof beantwoordt de Hoge Raad deze vraag ontkennend. Naar het oordeel van de Hoge Raad vormen de behaalde winsten de opbrengsten of verdiensten van de ‘overtreding’ van artikel 1, eerste lid aanhef en onder c Wet op de kansspelen, maar betreffen zij op zichzelf niet tevens (middellijk) de opbrengsten of verdiensten van het ‘misdrijf’ van het opzettelijk overtreden van artikel 1, eerste lid aanhef en onder a Wet op de kansspelen.

Inhoud arrest
Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte aanzienlijke winsten heeft behaald met illegale pokerspelen bij gelegenheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid aanhef en onder a Wet op de kansspelen. Deze winsten zijn vermengd met zijn winst uit legale pokerspelen, de contante inkomsten van zijn echtgenote en andere bestanddelen van hun vermogen. Door de vermenging is de illegale gokwinst niet meer te identificeren binnen dat vermogen. In die situatie kan het vermogen – en nadien elke betaling daaruit – worden aangemerkt als gedeeltelijk (middellijk) van misdrijf afkomstig, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is niet gebleken in de onderhavige zaak. Het Hof is dan ook van oordeel dat het contante geld en de daarmee gefinancierde personenauto’s gedeeltelijk middellijk van misdrijf afkomstig zijn. De Hoge Raad oordeelt daarentegen dat de voorwerpen niet afkomstig zijn uit ‘enig misdrijf’, maar uit een overtreding (zie artikel 36 lid 1 en 36a lid 1 jo. lid 3 Wet op de kansspelen). Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld.