ECLI:NL:HR:2019:269 (aansprakelijkheid makelaar bij onjuiste informatieverschaffing)

Hoge Raad 22 februari 2019, aansprakelijkheid makelaar bij onjuiste informatieverschaffing
(ECLI:NL:HR:2019:269)

Essentie

In deze zaak gaat het om de vraag of een makelaar aansprakelijk kan worden gesteld wanneer hij onjuiste informatie heeft verschaft en op welke manier de schade dient te worden begroot. In casu kan de makelaar aansprakelijk worden gesteld op grond van art. 6:162 BW en dient de schade te worden begroot via art. 6:97 BW.

Rechtsregel

Een makelaar gedraagt zich onrechtmatig wanneer hij de NVM-meetinstructie niet volgt en kan dan aansprakelijk worden gesteld krachtens art. 6:162 BW. Als het gaat om de schadebegroting, dient de situatie waarin de gedupeerde zich bevindt te worden vergeleken met de hypothetische situatie waarin de dader zich niet onrechtmatig zou hebben gedragen. Als hieruit volgt dat de gedupeerde de overeenkomst niet zou zijn aangegaan indien de dader alle juiste informatie zou hebben verschaft, kan de dader aansprakelijk worden gesteld. In het geval van deze zaak dient de schade dan ook krachtens art. 6:97 BW te worden begroot, nu de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld.

Inhoud arrest

In casu heeft de makelaar van de verkoper onjuiste informatie verschaft aan de kopers van de woning. Hierbij ging het om de woonoppervlakte, deze bleek slechts 124 m² te zijn, terwijl in de verkoopinformatie stond dat deze 150 m² bedroeg. De onrechtmatige gedraging van de makelaar houdt dan ook in dat hij de NVM-meetinstructie, die voor hem als NVM-makelaar geldt, niet heeft nageleefd. Als gevolg hiervan vorderden de kopers schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW.

Volgens de Hoge Raad moet bij het bepalen van de omvang van de schade worden gekeken naar de situatie waarin de kopers zich bevinden in vergelijking met de situatie waarin de kopers zich zouden bevinden indien de onrechtmatige daad van de makelaar zich niet zou hebben voorgedaan. Dit betekent dus dat moet worden gekeken naar de situatie waarin de makelaar de NVM-meetinstructie zou hebben gevolgd en in de verkoopinformatie had vermeld dat het ging om een woonoppervlakte van 124m².

Verder is de Hoge Raad het eens met het hof over het feit dat de kopers de gesloten overeenkomst niet zouden zijn aangegaan als ze hadden geweten dat het ging om een woonoppervlakte van 124 m². Dit betekent dat de rechter de schade moet begroten door te kijken naar de hypothetische situatie waarin de kopers op de hoogte waren geweest van de ware grootte van de woning. Hierbij dient hij gebruik te maken van art. 6:97 BW. De omvang van de schade kan namelijk niet nauwkeurig worden vastgesteld.