ECLI:NL:HR:2019:228 (Klachtplicht na ontdekking non-conformiteit dressuurpaard)

Hoge Raad, 15 februari 2019, Klachtplicht na ontdekking non-conformiteit dressuurpaard
(ECLI:NL:HR:2019:228)

Essentie
In deze zaak is er sprake van consumentenkoop. Eisers hebben een dressuurpaard gekocht maar ontdekken een aantal maanden later klachten bij dit paard. Verweerder voert aan dat eisers niet aan de klachtplicht hebben voldaan in de zin van art. 7:23 lid 1 BW. In het geval van consumentenkoop gaat deze termijn lopen op het moment dat de consument heeft ontdekt dat hetgeen wat is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt en niet op het moment waarop de koper dit had moeten ontdekken.

Rechtsregel
De klachtplicht van art. 7:23 BW bij consumentenkoop staat in dit arrest centraal. De vraag rijst wanneer de kopers van het dressuurpaard de non-conformiteit hebben ontdekt.

Inhoud
Begin 2013 hebben eisers een paard gekocht, een zesjarige dressuurruin opgeleid tot M-niveau. Eisers hebben het paard gekocht als geschikt en gezond dressuurpaard. Het paard is vervolgens gekeurd door de dierenarts. Bij de keuring zijn geen veterinaire bezwaren tegen het gebruik als dressuurpaard vastgesteld. Het paard is dezelfde dag aan eisers geleverd.

Later is vastgesteld dat het paard bij de training dusdanige problematiek vertoonde dat aanleiding bestond veterinaire expertise in te schakelen. Het paard is onderzocht door de dierenarts en deze heeft een attest opgemaakt met beschrijving van de klacht en oorzaak hiervan.

Eisers hebben in procedure gevorderd verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de koopsom, althans tot betaling van een redelijk geacht bedrag. Daarnaast is schadevergoeding ter zake van stallings- en dierenartskosten gevorderd. Verweerder heeft aangevoerd dat eisers niet aan de klachtplicht hebben voldaan in de zin van art. 7:23 lid 1 BW. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen op grond dat eisers niet binnen bekwame tijd hebben geklaagd over de gebreken van het paard.

Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Naar oordeel van het hof hebben eisers verweerder niet binnen bekwame tijd in kennis gesteld. In het geval van consumentenkoop waarbij op grond van art. 7:18 lid 2 BW de verkoper belast is met het tegenbewijs tegen het vermoeden dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking zich binnen zes maanden na aflevering openbaart. Door de gebreken niet tijdig te melden, heeft verweerder niet de mogelijkheid gehad in een vroegtijdig stadium het paard te onderzoeken. In dit geval geldt niet dat eisers eerst de uitkomsten van het onderzoek van de dierenarts mochten afwachten.

Eisers hebben aangevoerd dat het paard vanaf het begin niet goed functioneerde, maar zij geen aanleiding hadden te denken dat de problemen werden veroorzaakt door een gebrek dat non-conformiteit oplevert. De conformiteit werd vastgesteld na het onderzoek van de dierenarts, waaruit blikt dat het paard op het moment van aflevering gebreken had waardoor het paard niet aan de overeenkomst beantwoordde.

De Hoge Raad vernietigt in dit geval het arrest en verwijst het geding opnieuw naar het hof ter verdere behandeling en beslissing. Na verwijzing dient te worden vastgesteld welke gebreken eisers aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd. Aan de hand hiervan dient beoordeeld te worden of het paard op moment van levering niet aan de overeenkomst beantwoordde en of eisers verweerder hiervan binnen bekwame tijd  na ontdekking op de hoogte hebben gesteld.