ECLI:NL:HR:2019:149 (Niet-ontvankelijkverklaring t.z.v. diefstal lokfiets)

HR 12 februari 2019. OM wordt niet-ontvankelijk verklaard t.z.v. diefstal lokfiets. (ECLI:NL:HR:2019:149)

Essentie

In deze zaak heeft de politie een lokfiets ingezet die de verdachte heeft weggenomen. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de verdachte is uitgelokt tot het stelen van de fiets en heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding hiervan cassatieberoep ingesteld.

Rechtsregel

De vraag is of de manier waarop de lokfiets is ingezet rechtmatig is. De Hoge Raad wijst er eerst op dat het gebruik van een dergelijk lokmiddel niet onrechtmatig is als daardoor (a) de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht, en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden.”

De inzet van het middel is op zichzelf dus niet per se onrechtmatig, maar in casu is dit wel het geval.

Inhoud arrest

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: “hij op of omstreeks 13 juni 2015 te Almere met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan District Flevoland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.”

In hoger beroep is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard, waarover het gerechtshof heeft gezegd: “Uit de in het proces-verbaal gevoegde foto’s blijkt dat de lokfiets een als nieuw ogende witte fiets betrof die in afwijking van alle andere fietsen in de omgeving niet met het voorwiel in het rek is geplaatst, maar op de standaard stond en daardoor met de achterzijde uitstak ten opzichte van de andere fietsen. Duidelijk was te zien dat de sleutel nog in het slot stak. Het is aannemelijk dat verdachte daardoor een misdrijf heeft begaan waarop zijn opzet niet van tevoren gericht was. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat verdachte weliswaar documentatie heeft, maar daaruit niet blijkt dat verdachte zich de laatste jaren aan dit soort delicten heeft schuldig gemaakt. Evenmin zijn er andere aanwijzingen (bijvoorbeeld opvallend rondkijken) dat verdachtes opzet reeds was gericht op het plegen van vermogensdelicten.”

Het hof heeft geoordeeld dat in casu sprake is geweest van onrechtmatig handelen van de politie doordat de verdachte is uitgelokt tot het stelen van de fiets en dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Bij het ontbreken van overige aanwijzingen dat de opzet van verdachte was gericht op het plegen van vermogensdelicten is het aannemelijk “dat verdachte daardoor een misdrijf heeft begaan waarop zijn opzet niet van tevoren gericht was”.

De Hoge Raad vindt dit oordeel van het gerechtshof niet begrijpelijk, dus wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het gerechtshof.