ECLI:NL:HR:2018:236 (Strafrechtelijke immuniteit gemeente?)

Strafrechtelijke immuniteit gemeente?, HR, 20 februari 2018
(ECLI:NL:HR:2018:236)

Door Claire Zuidema

Essentie
Strafrechtelijke vervolging van gemeenten is mogelijk in geval van strafbare feiten die het gevolg zijn van het onvoldoende onderhouden van wegen.

Rechtsregel
Het is mogelijk om een gemeente te vervolgen voor de gevolgen van het nalaten van het laten plegen van voldoende deugdelijk onderhoud aan de weg. De gemeente geniet in dat kader geen strafrechtelijke immuniteit.

Inhoud uitspraak
In dit arrest heeft de Hoge Raad de gemeente Stichtse Vecht veroordeeld voor dood door schuld vanwege een fataal ongeval op 31 maart 2009 op de Nieuweweg in Maarssen. Een motorrijder en diens passagier kwamen ten val vanwege gebreken in de toestand van een weg. De slechte staat van de weg is te wijten aan boomwortels die hobbels op de weg veroorzaakten. De motorrijder en diens passagier zijn ten val geraakt en vervolgens onder een tegemoetkomende bedrijfsauto terecht gekomen. Beiden kwamen bij dit ongeval om het leven. Voor het ongeval zijn er bij de gemeente diverse klachten binnengekomen over de status van de weg. Naar aanleiding van de klachten heeft de gemeente geen actie ondernomen.

Het Openbaar Ministerie verwijt de gemeente onder andere dat zij heeft nagelaten voldoende deugdelijk onderhoud te laten plegen aan de weg en het nalaten van het treffen van verkeersmaatregelen, daar zij een zorgplicht heeft met betrekking tot het wegbeheer. De gemeente deed een beroep op haar strafrechtelijke immuniteit. De rechtbank verwierp het beroep en veroordeelde de gemeente voor dood door schuld en legde daarbij een geldboete op van € 22.500 waarvan € 7.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De Advocaat-Generaal bij het parket van de Hoge Raad heeft vervolgens beroep in cassatie in het belang der wet ingesteld met als vordering tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, daar de gemeente in deze zaak niet strafrechtelijk mocht worden vervolgd.

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit het Pikmeer II-arrest uit 1998 waarin is bepaald dat vervolging van decentrale overheden alleen is uitgesloten wanneer de gedragingen in kwestie naar hun aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Voor strafrechtelijke immuniteit van een publiekrechtelijke rechtspersoon is derhalve slechts ruimte als sprake is van wat algemeen wordt aangeduid als een exclusieve bestuurstaak.

De Hoge Raad oordeelt dat voor zover de gedragingen van de gemeente Stichtse Vecht zien op het achterwege laten van verkeersmaatregelen (zoals een lokale snelheidsbeperking, het plaatsen van een wegafzetting of waarschuwingsborden) de gemeente strafrechtelijke immuniteit toekomt. De wet eist voor dit soort verkeersmaatregelen een verkeersbesluit dat alleen door de gemeente kan worden genomen. De Hoge Raad bekrachtigt de uitspraak op dit punt. Voor zover de gedragingen zien op het nalaten van het plegen van onderhoud aan de weg ligt dit anders. De gemeente is wegbeheerder en heeft daarom een zorgplicht voor de staat van de wegen in zijn gemeente. Dat onderhoud kan ook door anderen dan functionarissen van de gemeente worden gedaan.

Strafrechtelijke vervolging van de gemeente is dus mogelijk wanneer een strafbaar feit het gevolg is van slecht onderhoud van wegen door de gemeente. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor dit deel van de uitspraak. Er wordt in dit kader geen strafrechtelijke immuniteit toegekend aan de gemeente.