ECLI:NL:HR:2018:2050 (Peilbaken)

HR 6 november 2018, Peilbaken
(ECLI:NL:HR:2018:2050)

Essentie

In deze zaak gaat het over een verdachte die veelvuldig (38 keer) inbraken/pogingen tot inbraak pleegt. Daarom heeft de politie een peilbaken onder zijn auto geplaatst voor vijf dagen. Hierbij is de vraag of het om stelselmatige observatie gaat en als dit het geval is, of de politie dan buiten haar bevoegdheid ex art. 3 Politiewet 2012 treedt.

Rechtsregel

In casu gaat het om de vraag of sprake is van stelselmatige observatie ex art. 126g Sv door het plaatsen van een peilbaken onder de auto voor vijf dagen. Hierbij is dan ook de vraag of de politie dan buiten haar bevoegdheden treedt bij het uitvoeren van deze observatie. Volgens de Hoge Raad is geen sprake van stelselmatige observatie. Dit omdat de politie alleen de live-locatie van de verdachte kon zien en omdat de informatie over waar de verdachte naartoe reisde niet werd opgeslagen. In deze zaak gaat het ook om het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel, het gaat namelijk om de bevoegdheden van de overheid (politie).

Inhoud arrest

In casu gaat het om een verdachte die veelvuldig in de politiesystemen is geregistreerd en is aangemerkt als een geprioriteerde woninginbreker. De verdachte heeft zich namelijk 38 keer schuldig gemaakt aan inbraak. In het laatste geval ging het om medeplegen van een poging tot diefstal door middel van braak in de zin van art. 311 lid 1 Sr. Er is namelijk bewezen verklaard dat de verdachte met zijn mededaders met een vluchtauto naar een woning is gegaan en dat zij via een brandingang naar de achterzijde van de woning zijn gegaan met een zaklamp, handschoenen, een gereedschapssleutel en een cilindertrekker. Verder hebben ze een schroef in het cilinderslot in de poortdeur gestoken en met een cilindertrekker gewrikt tussen een kozijn en de poortdeur van de achtertuin van de woning. Het misdrijf werd niet voltooid.

De verdachte werd stelselmatig geobserveerd ex art. 126g Sv door middel van het plaatsen van een peilbaken onder zijn auto voor vijf dagen. De vraag is of de politie hierbij niet buiten haar bevoegdheid ex art. 3 van de Politiewet is getreden.

De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het Hof. Er is geen sprake van stelselmatige observatie. De politie kon namelijk niet de live-locatie van de verdachte zien. Verder werd de informatie van de verdachte niet opgeslagen in de systemen van de politie. De politie is in deze zaak dus niet buiten haar bevoegdheid van art. 3 Politiewet 2012 getreden.