ECLI:NL:HR:2015:1284 (Rouwkost)

Rouwkost, 22 mei 2015,
(ECLI:NL:HR:2015:1284)

Essentie
Of een daad kan worden aangemerkt als een aanvaarding van de nalatenschap, ligt aan de omstandigheden van het geval. Als het betrekking heeft op het regelen van de begrafenis, dan is het geen daad van aanvaarding.

Rechtsregel
Of uit het gedrag van de erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de nalatenschap zuiver te aanvaarden (artikel 4:192, eerste lid, van het BW), hangt af van de omstandigheden van het geval. Wanneer er twee of meer erfgenamen zijn, hangt het van de gedragingen per erfgenaam af of hij de nalatenschap zuiver heeft aanvaard. Alles wat te maken heeft met de begrafenis, is geen handeling waaruit stilzwijgende zuivere aanvaarding kan worden afgeleid. Een overleg op de sterfdag tussen de erfgenamen en een koffietafel op de dag van de begrafenis hoort allebei bij (het regelen van) de uitvaart. Het maken van redelijke kosten hiervoor ten laste van de nalatenschap kan dan ook niet worden aangemerkt als een daad van aanvaarding. De erfgenamen hebben de nalatenschap dus niet zuiver aanvaard voordat zij beneficiair hebben aanvaard.

Inhoud arrest
Op 9 maart 2008 overlijdt de moeder (erflaatster) van twee broers en een zus. Een van de broers was hiervoor al overleden, namelijk in 2000. De andere broer en de zus zijn dus samen de erfgenamen. De erfgenamen en hun partners eten op de dag van het overlijden van hun moeder voor een bedrag van € 119,- in restaurant De Koperen Pan. De broer betaalt de rekening met een pinpas van een bankrekening die mede op naam stond van zijn moeder. Op de dag van de begrafenis wordt een koffietafel gehouden. De broer brengt de kosten hiervoor, € 700,-, ten laste van de boedel.

Op 8 april 2008 maakt de griffier van de rechtbank een akte op waarin de erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaarden. De broer wordt aangesteld als executeur-testamentair. De nalatenschap is negatief.

De overleden broer was getrouwd met mevrouw A. en zij hebben twee kinderen gekregen. De moeder (erflaatster) heeft deze kleinkinderen uitgesloten als erfgenamen. Het erfdeel van de overleden broer betreft ruim € 11.000,-.

Mevrouw A. stapt naar de kantonrechter, vordert het hiervoor genoemde bedrag en stelt dat de erfgenamen door de betaling van het etentje en de koffietafel de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De kantonrechter wijst deze vordering af bij vonnissen van 30 augustus 2012 en 22 november 2012.

Mevrouw A. gaat in hoger beroep. Het hof wijst bij arrest van 8 april 2014 de vordering toe.

De erfgenamen gaan in cassatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt mevrouw A. in de kosten van het geding.