ECLI:NL:HR:2013:BZ2653 (Tongzoen II)

Hoge Raad 12 maart 2013 (Tongzoen II)
(ECLI:NL:HR:2013:BZ2653)

Essentie

In dit arrest gaat het om de vraag of het geven van een tongzoen valt onder de reikwijdte van artikel 242 Sr. In 1998 werd door de Hoge Raad besloten dat het geven van een tongzoen wel degelijk als verkrachting moet worden gezien. In dit arrest wordt de vraag heroverwogen of ieder seksueel binnendringen gekwalificeerd kan worden als verkrachting.

Rechtsregel

In artikel 242 Sr wordt verkrachting strafbaar gesteld. Met verkrachting wordt het door geweld seksueel binnendringen van het lichaam bedoeld. Hiermee vergelijkbaar is artikel 246 Sr. In dit artikel is bepaald dat hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, schuldig is aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Voor verkrachting staat een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaar beschreven. Voor aanranding staat een lagere straf van ten hoogste acht jaar genoemd.

Inhoud

In 2008 heeft de verdachte in deze zaak in het Medisch Centrum Leeuwarden het slachtoffer gedwongen tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van haar lichaam. Hij heeft haar ongewild een tongzoen gegeven en daarbij voorkomen dat het slachtoffer haar telefoon kon pakken om hulp in te schakelen. Hij heeft hiermee voor een bedreigende situatie voor het slachtoffer gezorgd. Aan de verdachte wordt primair verkrachting en subsidiair aanranding van de feitelijke eerbaarheid ten laste gelegd.

In het Tongzoen I-arrest uit 1998 heeft de Hoge Raad bepaald dat er voor een tongzoen geen uitzondering moet worden gemaakt wat betreft het seksueel binnendringen van het lichaam. Dit houdt in dat zowel een tongzoen als het seksueel binnendringen met een lichaamsdeel in de anus of de vagina gekwalificeerd moet worden als verkrachting. In deze zaak heeft de advocaat van verdachte vraagtekens bij deze conclusie gezet. Hij is van mening dat het vergrijp in deze zaak ten onrechte als verkrachting wordt gekwalificeerd.

Het zogeheten Tongzoen-arrest heeft in het verleden te maken gehad met kritiek. Deze kritiek hield in dat het geven van een tongzoen in het algemene spraakgebruik niet gezien wordt als verkrachting. In gevallen waarin dit voorkomt zou bijvoorbeeld feitelijke aanranding van de eerbaarheid juridisch gezien meer kloppen. Daarnaast is de kritiek geuit dat een tongzoen niet op één lijn gesteld kan worden met geslachtsgemeenschap. Daarbij is ook van belang dat de zojuist genoemde straffen van artikel 242 en 246 Sr enorm verschillen van elkaar. Ten slotte acht de Hoge Raad nog van belang dat een vermelding van verkrachting op je strafblad veel zwaarder weegt dan de vermelding van een minder zwaarbeladen benaming.

Conclusie

De Hoge Raad komt met deze beoordeling terug op zijn eerdere oordeel uit 1998. Hoewel het geven van een tongzoen wel het seksueel binnendringen van het lichaam is, kan dit niet meer gelijk worden gesteld met geslachtsgemeenschap. Dit wil zeggen dat het geven van een tongzoen voortaan niet meer als verkrachting gekwalificeerd kan worden.

De Hoge Raad vernietigt in deze zaak de uitspraak en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging inzake het primair ten laste gelegde feit. Voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde feit wordt de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof.