ECLI:NL:HR:2012:BX0348 (HTM)

HTM, 2 november 2012
(ECLI:NL:HR:2012:BX0348)

Essentie
Als een werknemer aan de Regeling meewerkt die ten doel heeft om langdurig werklozen aan een baan te helpen in een bijzondere, niet reguliere arbeidsplaats, is het met het wettelijk stelsel van het ontslagrecht verenigbaar dat hij zich op voorhand ervan verzekert dat de beëindiging van de Regeling en de subsidie voor hem geen negatieve gevolgen heeft.

Rechtsregel
De voor de arbeidsovereenkomst kenmerkende bescherming van de werknemer brengt met zich mee dat de geldigheid van een ontbindende voorwaarde slechts bij uitzondering kan worden aanvaard. Een voorwaarde die redelijkerwijs niet met dat stelsel is te verenigen, zal niet van rechtswege tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen leiden. De aard, inhoud en context van deze voorwaarde zijn van belang.

Niet kan worden geoordeeld dat de ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst van verweerster onverenigbaar is met het stelsel van het ontslagrecht. De door haar vervulde arbeidsplaats is uitsluitend gecreëerd en in stand gehouden in het kader van de Regeling en de verleende subsidie. Als een werknemer aan deze Regeling meewerkt, die ten doel heeft om langdurig werklozen aan een baan te helpen in een bijzondere, niet reguliere arbeidsplaats, is het met het wettelijk stelsel van het ontslagrecht verenigbaar dat hij zich op voorhand ervan verzekert dat de beëindiging van de Regeling en de subsidie voor hem geen negatieve gevolgen heeft.

Inhoud arrest
Verweerster is op 1 juni 2000 voor onbepaalde tijd bij HTM in dienst getreden. Haar arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen op basis van de toenmalige Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (hierna: de Regeling). Deze regeling hield in dat werkgevers een subsidie konden ontvangen voor in dienst nemen van een langdurig werkloze. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat deze eindigt van rechtswege op het moment dat de loonkostensubsidie eindigt of vermindert.

Bij brief van 27 september 2004 heeft HTM verweerster laten weten dat haar arbeidsovereenkomst per 1 januari 2009 wordt beëindigd, omdat per die datum de Regeling wordt opgeheven.

Bij brief van 24 juli 2008 heeft HTM het CWI verzocht, voor zover vereist, een vergunning te verlenen voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Deze vergunning is geweigerd omdat HTM te weinig herplaatsings-inspanningen had verricht. De Regeling is per 1 januari 2009 opgeheven. Daarom heeft HTM per die datum de salarisbetaling gestopt.

Bij kortgedingvonnis van 26 februari 2009 heeft de kantonrechter een vordering tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon afgewezen. De arbeidsovereenkomst is ontbonden, met een vergoeding voor verweerster van € 18.047,88 bruto.

Verweerster vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat de ontbindende voorwaarde die is opgenomen in de arbeidsovereenkomst, nietig is dan wel rechtsgeldig door haar is vernietigd, alsmede doorbetaling van het loon over de periode dat de arbeidsovereenkomst is doorgelopen na 1 januari 2009. Deze vorderingen zijn door de kantonrechter afgewezen. De functie van eiseres was extra en kon alleen worden gehouden door de subsidieregeling. Op het tijdstip van aangaan van de arbeidsovereenkomst was het tijdstip van het einde van de Regeling onzeker. Er is daarom sprake van een rechtsgeldige ontbindende voorwaarde die niet in strijd komt met het gesloten stelsel van het arbeidsrecht.

Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de vordering van verweerster alsnog toegewezen. Daartoe heeft het hof geoordeeld dat het wegvallen van de subsidie het verrichten van de werkzaamheden niet helemaal onmogelijk heeft gemaakt en dat de arbeidsovereenkomst van verweerster niet volledig inhoudsloos is geworden door het intreden van de ontbindende voorwaarde. Het opheffen van de functie was een eigen keuze van HTM. Een ontbindende voorwaarde als deze is redelijkerwijs niet met het stelsel van het ontslagrecht te verenigen, hetgeen tot nietigheid van de ontbindende voorwaarde leidt.

De klachten van HTM in cassatie slagen. De Hoge Raad zal het vonnis van de kantonrechter alsnog bekrachtigen en het arrest van het hof vernietigen.