ECLI:NL:HR:2011:BQ0002 (Voorrangsregel kinderalimentatie)

Voorrangsregel kinderalimentatie, 24 juni 2011
(ECLI:NL:HR:2011:BQ0002)
 
Essentie
Voorrangsregel kinderalimentatie artikel 1:400, eerste lid, BW. Deze regel betekent niet dat verzoeken om nihilstelling van kinderalimentatie helemaal buiten beschouwing moeten worden gelaten.

Rechtsregel
Een man moet zowel partner- als kinderalimentatie betalen. Hij heeft in hoger beroep een beroep op dwaling gedaan en subsidiair verzocht om nihilstelling van de kinderalimentatie. Het hof heeft het beroep op dwaling afgewezen, maar heeft het subsidiaire verzoek van de man niet behandeld. De vrouw stelt in cassatie dat dat ook niet hoeft, vanwege de voorrangsregel van kinderalimentatie op partneralimentatie. Deze opvatting faalt. De wetgever is er vanuit gegaan dat diverse alimentatieverplichtingen op elkaar worden afgestemd, gelet op alle omstandigheden van het geval, en dat dan de kinderalimentatie voorrang heeft. In dit geval heeft echter geen afstemming plaatsgevonden; er is helemaal niet naar gekeken. De voorrangsregel gaat niet zover dat een verzoek zoals hier door de man gedaan, helemaal buiten beschouwing moet worden gelaten.

Inhoud arrest
De man en de vrouw zijn getrouwd en hebben samen twee kinderen. In 2006 gaan ze uit elkaar en volgen hierbij een mediationtraject. Op 27 november 2006 tekenen zij een echtscheidingsconvenant dat de mediator heeft opgesteld. Hierin staat onder andere dat de man partner- en kinderalimentatie moet betalen. Ook staat er een beding van niet-wijziging in conform artikel 1:159 BW.

Bij beschikking van 16 januari 2007 spreekt de rechtbank de echtscheiding uit tussen partijen en veroordeelt de man onder andere tot betaling van de afgesproken partner- en kinderalimentatie.

De man vraagt om wijziging van de alimentatie en stelt dat hij destijds door de mediator niet is voorgelicht over de betekenis van het niet-wijzigingsbeding en dat hij dit nooit getekend zou hebben als hij wist wat het inhield. Hij vordert vernietiging van dit beding op grond van dwaling. Verder stelt hij dat zijn draagkracht niet toereikend is voor de afgesproken alimentatie en dat de situatie door zijn omstandigheden inmiddels is verergerd. Voor het geval de partneralimentatie niet wordt gewijzigd, verzoekt hij subsidiair om de kinderalimentatie op nul te stellen, omdat hij geen draagkracht heeft.

De rechtbank vernietigt bij beschikking van 2 juni 2009 het niet-wijzigingsbeding en stelt zowel de partner- als de kinderalimentatie op een ander bedrag vast.

De vrouw gaat in hoger beroep. Bij beschikking van 23 maart 2010 bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank over de kinderalimentatie, maar vernietigt de beschikking ten aanzien van de partneralimentatie. Deze alimentatie wordt weer op het oude, hogere bedrag vastgesteld. Het hof overweegt dat het beroep van de man op dwaling ten aanzien van het niet-wijzigingsbeding moet worden verworpen en dat tussen de hoogte van de alimentatie die berekend zou zijn via de wettelijke methode en de afgesproken partneralimentatie in het convenant, niet zo’n groot verschil zit dat de man niet aan de afgesproken alimentatie kan worden gehouden.

De man gaat in cassatie. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst het geding naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.