ECLI:NL:HR:2011:BO9570 (Wegener)

Wegener, HR 18 maart 2011

ECLI:NL:HR:2011:BO9570

Essentie
Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden door de werknemer is toegestaan na instemming van de centrale ondernemingsraad.

Rechtsregel
Arbeidsvoorwaarden zijn niet alleen neergelegd in een schriftelijke arbeidsovereenkomst, maar ook in door de werkgever ten behoeve van de werknemer, met instemming van de centrale ondernemingsraad (hierna: COR) getroffen, schriftelijk vastgelegde collectieve regelingen. Een dergelijke regeling kan een beding bevatten dat de werkgever de bevoegdheid geeft om, met instemming van de COR, eenzijdig een van deze arbeidsvoorwaarden te wijzigen. Dit ligt binnen het toepassingsgebied van artikel 7:613 BW, nu het beding ziet op wijziging van de arbeidsvoorwaarden in dezelfde regeling. Het voldoet dus aan de schriftelijkheidseis. Er wordt in artikel 7:613 BW niet de eis gesteld dat dit beding ook moet zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst met de werknemer of dat de werknemer voor de wijziging zijn toestemming moet geven. De werknemer wordt voldoende beschermd door artikel 7:613 BW en wordt nog eens extra beschermd doordat de wijziging van de winstdelingsregeling goedgekeurd moet worden door de COR. Dit is overeenstemming met artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de ondernemingsraden.

Inhoud arrest
Op 14 maart 2000 neemt Koninklijke Wegener N.V. (hierna: Wegener) VNU Dagbladengroep over. Er zijn daarbij afspraken gemaakt over de arbeidsvoorwaarden van de over te nemen werknemers, onder meer over de winstdelingsregeling. In een collectieve regeling is opgenomen dat de werknemers recht hebben op 12,5% van het bedrijfsresultaat. Met de groepsondernemingsraad spreekt Wegener af dat deze regeling behouden blijft, behalve als de winst van Wegener zo hard achteruit gaat dat saneringsmaatregelen nodig zijn. Dan moet de hoogte van de uitkering opnieuw worden besproken met de COR. Deze regeling wordt opgenomen in het Sociaal Plan van 9 november 2000 en overgenomen door de vakbonden.

In 2000 daalt de winst van Wegener, in 2002 en 2003 is de winst negatief. Wegener laat, na instemming van de COR, aan de overgenomen medewerkers weten dat de winstdelingsregeling wordt gewijzigd met terugwerkende kracht vanaf begin 2002. De vaste uitkering wordt verlaagd tot 8,3% en afhankelijk van het bedrijfsresultaat wordt het maximaal 12,5%. Dit heeft tot gevolg dat de overgenomen werknemers vanaf 2002 slechts een winstdeling hebben gekregen van 8,3%.

Monseigneurs c.s. (werknemers) hebben niet ingestemd met deze wijziging. Zij vorderen een verklaring voor recht dat Wegener primair over de jaren 2002 t/m 2004, althans subsidiair over het jaar 2002 de vorige winstdelingsregeling moet uitvoeren en dat zij deze niet mochten wijzigen. De kantonrechter heeft de primaire vorderingen grotendeels toegewezen. Het hof heeft de primaire vordering afgewezen en alleen de subsidiaire vordering toegewezen. De Hoge Raad verwerpt het beroep van Monseigneurs c.s. en veroordeelt Monseigneurs c.s. in de kosten van het geding in cassatie.