ECLI:NL:HR:2009:BJ6020 (Blomaard/Gemeente Utrecht)

Hoge Raad 30 oktober 2009, Blomaard/Gemeente Utrecht 
(ECLI:NL:HR:2009:BJ6020)

Essentie

In casu gaat het over de aansprakelijkheid die geldt voor werkgevers als het gaat om een daad van een ondergeschikte. Een werknemer zit op een stoel koffie te drinken tijdens zijn pauze in de kantine, zijn collega wurgt hem. Deze collega hing met zijn volle gewicht aan de werknemer die op de stoel zat, waardoor hij flink letsel opliep. De Hoge Raad neemt aansprakelijkheid voor de werkgever (in dit geval de Gemeente Utrecht) aan.

Rechtsregel

Krachtens art. 6:170 lid 1 BW is voor werkgeversaansprakelijkheid vereist dat de kans op de fout door de opdracht van de werknemer is vergroot door het verrichten van zijn taak. Hierbij moet naar alle omstandigheden van het geval worden gekeken en moet worden onderzocht of een verband bestaat tussen de fout van de werknemer en diens werk in dienstverband. Zo ja, dan is de werkgever aansprakelijk voor de door de werknemer veroorzaakte schade. 

Inhoud arrest

De eiser (Blomaard) in deze zaak was ten tijde van het ongeval werkzaam als havenwerker bij de Reinigings- en Havendienst van de Gemeente Utrecht. Gemeente Utrecht is dan ook de werkgever in casu.

Blomaard zat tijdens zijn pauze koffie te drinken op een stoel in de kantine. Zijn collega (Van Baggem) is achter hem gaan staan en heeft hem vastgepakt. De stoel is hierdoor gaan kantelen en heeft dan ook een tijdje op de twee achterste poten gestaan. Dit had als gevolg dat de eiser met zijn gehele gewicht aan zijn nek vast zat in de armen van zijn collega. Blomaard wilde Van Baggem aansprakelijk stellen op grond van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) en Gemeente Utrecht op grond van art. 6:170 BW (werkgeversaansprakelijkheid).

Hoewel het hof geen werkgeversaansprakelijkheid voor Gemeente Utrecht aanneemt, doet de Hoge Raad dit wel in cassatie. Volgens de Hoge Raad is sprake van een functioneel verband ex art. 6:170 lid 1 BW. Het incident vond namelijk plaats tussen collega’s tijdens werktijd en in een door de werkgever ter beschikking gestelde pauzeruimte. Ook had de werkgever juridische zeggenschap over de gedragingen van de werknemers. De kans op de fout van in dit geval Van Baggem is dus vergroot door het verrichten van zijn taak, omdat hij Blomaard niet had kunnen wurgen als hij niet in dienst was geweest van de Gemeente Utrecht.