ECLI:NL:HR:2008:BD2775 (Tolbert)

Hoge Raad, 9 december 2008, Tolbert
(http://ECLI:NL:HR:2008:BD2775)

Essentie

In het arrest Tolbert heeft de dader onder invloed van amfetamine de kinderen van zijn vriendin gedood. Daarvoor heeft hij tevens geprobeerd zijn vriendin te doden. Vanwege de hoeveelheid amfetamine verkeerde de dader in een psychose. In deze zaak gaat het erom hoe er geoordeeld wordt wanneer iemand een strafbaar feit pleegt onder invloed van een psychose die veroorzaakt is door de dader zelf.

Rechtsregel

In dit arrest wordt een beroep gedaan op een ernstige geestelijke stoornis om opzet te bestrijden. Dit beroep slaagt slechts wanneer de verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen zou hebben ontbroken. Dit beroep wordt zelden aangenomen. Het innemen van een dusdanige hoeveelheid amfetamine met daarmee een aanmerkelijke kans op een psychose en gewelddadig handelen zorgt er niet voor dat de dader daarmee opzet op levensberoving heeft gehad. Dit is wel van belang bij ontoerekenbaarheid.

Inhoud

In de ochtend van 1 augustus 2005 waren verdachte, zijn vriendin en de beide kinderen in de woning van verdachte. Verdachte heeft die ochtend op het toilet opnieuw amfetamine gebruikt. Hierna is hij wederom met zijn vriendin in gesprek gegaan. Op een zeker moment heeft hij haar omhelsd, raakten ze uit evenwicht en vielen ze. Verdachte begon haar vervolgens hevig te zoenen. Verdachte duwde zijn kunstgebit in de mond van zijn vriendin. Zij kon op dat moment geen kant op, omdat verdachte boven op haar lag, en had het idee dat verdachte haar op deze manier wilde laten stikken. Nadat hij haar losliet, pakte verdachte na een tijd zijn vriendin weer vast, begon harder te praten en te schelden en probeerde haar hoofd om te draaien, wat mislukte doordat ze haar lichaam meedraaide. Hierna begon hij haar te stompen. Vervolgens pakte hij een metalen voorwerp en sloeg haar daarmee. Toen ze er achter kwam dat verdachte haar niet meer vasthield, is zij naar het balkon gerend, over de balustrade geklommen en heeft zich van de eerste verdieping naar beneden laten vallen. Op dat moment waren de beide kinderen alleen met verdachte in de woning. Ongeveer een kwartier later trof de op verzoek van zijn vriendin gealarmeerde politie verdachte in zijn woning aan. Tevens werden de beide kinderen met zeer ernstig letsel in de woning aangetroffen waaraan ze zijn overleden.

Verdachte heeft aangegeven met betrekking tot beide kinderen gepleegde feiten niks te herinneren. Voor het hof staat vast dat verdachte de beide kinderen om het leven heeft gebracht. Het hof gaat er vanuit dat verdachte de feiten heeft gepleegd terwijl hij verkeerde in een psychotische toestand als gevolg van amfetaminegebruik.

Om te beoordelen of sprake is geweest van opzet, dient te worden uitgegaan van het moment van het plegen van de feiten. Uit de verklaringen van verschillende deskundigen volgt dat wanneer iemand in dit type psychose verkeert, die persoon gedurende de psychose niet de vrijheid heeft om zijn wil te bepalen en keuzes te maken, tenminste niet in de context van de feitelijke realiteit, en alsdan ontoerekeningsvatbaar is. Dit was bij verdachte het geval, zo blijkt uit de verklaringen. In die zin zou er geen sprake zijn geweest van opzet op de feiten.

Het hof is echter van oordeel dat dit in casu anders is. In zijn algemeenheid is het bekend dat amfetamine een uitwerking heeft op de hersenfunctie. Vooraf is nooit bekend wat de precieze samenstelling van de drug is. Een gebruiker weet van tevoren nooit precies wat de gevolgen van het gebruik van de drug zullen zijn. Het Hof acht het aantal psychoses als gevolg van amfetaminegebruik dusdanig groot, dat bekend verondersteld mag worden dat iemand door het gebruik van drugs in een psychose kan geraken. Daarnaast komen ook impulsdoorbraken en geweldgebruik tijdens een psychose vaak voor. Hoewel de exacte gevolgen hiervan in een concreet geval niet te voorspellen zijn, is het wel bekend dat iemand zich tijdens een psychose ongecontroleerd kan gedragen. Het hof is met de raadsman van oordeel dat verdachte niet heeft voorzien dat hij tijdens de psychose juist deze ernstige feiten zou plegen, maar is wel van oordeel dat verdachte zich willens en wetens in een situatie van intoxicatie heeft gebracht en daarmee aan zichzelf heeft te wijten dat hij in een psychotische toestand is geraakt. Verdachte wist, gelet op zijn jarenlange intensieve amfetaminegebruik, wat de risico’s van zijn drugsgebruik zouden kunnen zijn. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachte door een herhaald gebruik van de amfetamine, waarvan hij wist dat deze anders was dan de amfetamine die hij eerder had gehad, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij in een psychose zou kunnen raken en tijdens die psychose gewelddadige handelingen zou kunnen verrichten. Het hof is van oordeel dat het opzet bewezen kan worden. Dat verdachte tijdens de psychose ontoerekeningsvatbaar is geweest, sluit het opzettelijk handelen niet uit.