ECLI:NL:HR:2008:BB7423 (Lagrauw/Van Schie)

Hoge Raad, 8 februari 2008, Lagrauw/Van Schie
(ECLI:NL:HR:2008:BB7423)

Essentie

In hoeverre is de werkgever aansprakelijk wanneer sprake is van een feit van algemene bekendheid?

Rechtsregel

De enkele mogelijkheid van ernstige schade verplicht de werkgever nog niet maatregelen te nemen om die schade te voorkomen. De beoordeling welke verplichtingen in een concreet geval op de werkgever rusten, moet immers plaatsvinden met inachtneming van alle terzake dienende omstandigheden van het geval.

Inhoud arrest

De werknemer in kwestie heeft schade opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Tijdens het laden van een vrachtwagen is één van de twee laaddeuren van de vrachtwagen dichtgeslagen, waarbij de werknemer aan het hoofd is geraakt. Hij heeft hierbij letsel opgelopen en heeft een vergoeding voor de daardoor geleden schade gevorderd op grond van artikel 7:658 BW. Deze vordering is zowel door de kantonrechter als door het hof afgewezen.

De Hoge Raad stelt voorop dat artikel 7:658 BW niet beoogt een absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen gevaar, dat de werkgever ingevolge dit artikel de maatregelen moet nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, en dat wat van de werkgever in redelijkheid mag worden verwacht, afhangt van de omstandigheden van het geval.

Van de werkgever kon in het onderhavige geval niet verlangd worden dat hij maatregelen zou treffen tegen het gevaar van een dichtklappende laaddeur. Het risico dat een openstaande laaddeur vanwege de harde wind kan dichtklappen is ook voor niet gewaarschuwde mensen voldoende bekend. Bovendien heeft dit risico niet een zodanige omvang dat de werkgever iets had moeten ondernemen. De enkele mogelijkheid van ernstige schade verplicht de werkgever nog niet maatregelen te nemen om die schade te voorkomen. De beoordeling welke verplichtingen in een concreet geval op de werkgever rusten, moet immers plaatsvinden met inachtneming van alle terzake dienende omstandigheden van het geval.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de werknemer in de kosten van het geding in cassatie.