ECLI:NL:HR:2006:AX9178 (Leestafel-zooien)

Hoge Raad 31 oktober 2006, Leestafel-zooien
(ECLI:NL:HR:2006:AX9178)

Essentie

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad over de criteria voor een spelsituatie. Een gegrond beroep op een dergelijke situatie maakt namelijk dat het aanvaarden van culpa minder aannemelijk is.
Bij ‘leestafel-zooien’, het fenomeen waar het in deze casus om gaat, is echter sprake van zeer gevaarzettend handelen en is daarnaast  sprake van een niet door duidelijke spelregels afgebakend spel. Hierdoor kan geen gegrond beroep worden gedaan op een spelsituatie.

Rechtsregel

Wanneer letsel veroorzakende gedragingen plaatsvinden in een reguliere sport- of spelsituatie is minder snel sprake van schuld als bedoeld in art. 308 Sr dan wanneer diezelfde gedragingen buiten zo’n situatie plaatsvinden. Op een dergelijke spelsituatie kan geen beroep worden gedaan wanneer sprake is van zeer gevaarzettend handelen en van een niet door duidelijke spelregels afgebakend spel.

Inhoud arrest

‘Leestafel-zooien’ is een bekend begrip binnen de Leidse studentenvereniging Minerva. Het bestuur van de vereniging moet voorkomen dat deelnemers met een leestafel de deur rammen en deze vervolgens buiten terecht komt. Als dit niet lukt, moet het bestuur aftreden.  De verdachte in deze zaak verplaatste, onder invloed van alcohol en samen met een aantal andere studenten, de leestafel van 1.000 kilo richting de nooduitgang. Het doel hiervan was om deze tegen de deuren van de nooduitgang te rammen. Het slachtoffer, een bestuurslid van de vereniging, probeerde zichzelf tijdens deze actie in veiligheid te brengen door zich tussen de leestafel en de deuren te begeven, omdat hij bang was dat de leestafel hem zou raken. Hij werd echter toch geraakt, brak zijn rechterpols en liep meerdere breuken op in zijn linkerpols. De verdachte wordt door het hof veroordeeld voor het medeplegen aan het bekomen van zwaar lichamelijk letsel bij een ander, aan zijn schuld te wijten (art. 308 Sr).

In dit arrest ging het om de vraag of de aard en ernst van het letsel binnen het risico vallen dat door het slachtoffer door deelneming aan het ‘spel’ redelijkerwijs moet worden geacht te zijn aanvaard, waardoor het aanvaarden van culpa minder aannemelijk is.

Door de verdediging werd een beroep gedaan op een ‘spelsituatie’, waarbij in de regel minder snel sprake is van schuld zoals bedoeld in art. 308 Sr dan wanneer dergelijke gedragingen buiten zo’n situatie plaatsvinden. Dit beroep werd door het hof verworpen. De reden hiervoor is dat onder meer uit de bewijsmotivering volgde dat sprake was van zeer gevaarzettend handelen en van een niet door duidelijke spelregels afgebakend spel.

Volgens de Hoge Raad moet allereerst worden gesteld dat wanneer letsel veroorzakende gedragingen hebben plaatsgevonden in een min of meer reguliere sport- of spelsituatie, van schuld zoals bedoeld in art. 308 Sr in de regel minder snel sprake zal zijn dan wanneer dezelfde gedragingen buiten zo’n situatie plaatsvinden. Door het hof is gesteld dat in dit geval geen sprake was van zo’n sport- of spelsituatie die een bewezenverklaring van schuld in de weg zou staan. Uit de bewijsmotivering volgt dat sprake was van zeer gevaarzettend handelen en van een niet door duidelijke spelregels afgebakend spel. Het hof heeft het beroep op een spelsituatie daarom gegrond verworpen.