ECLI:NL:HR:2006:AX1571 (Uitleg samenlevingsovereenkomst)

Uitleg samenlevingsovereenkomst, 22 september 2006
(ECLI:NL:HR:2006:AX1571)

Essentie
De samenlevingsovereenkomst moet worden uitgelegd op grond van het Haviltex-criterium, waardoor verder moet worden gekeken dan alleen de taalkundige uitleg.

Rechtsregel
De samenlevingsovereenkomst moet worden uitgelegd op grond van het Haviltex-criterium. Er moet rekening worden gehouden met alle bijzondere omstandigheden van het geval. Het hof had dus niet alleen mogen uitgaan van de tekst van de overeenkomst en had het beroep van de vrouw op redelijkheid en billijkheid moeten beoordelen. Het arrest is daarom onvoldoende gemotiveerd.

Inhoud arrest
De man koopt op 13 april 1992 een huis voor fl. 200.000,-. De hypotheek voor dit huis staat zowel op naam van de man als de vrouw. Zij gaan samenwonen in dit huis.

Op 13 november 1992 koopt de man van de gemeente de grond onder het huis en het erf voor fl. 67.824,-. Dit betaalt hij met spaargeld van de vrouw. Op 16 november 1992 wordt het huis en de grond in eigendom overgedragen aan de man.

De man en de vrouw sluiten op 10 september 1993 een samenlevingsovereenkomst. Hierin zetten zij onder meer dat ze samen in het huis wonen en ieder voor de helft eigenaar zijn van de inboedel. Zij betalen naar evenredigheid van hun inkomen de gemeenschappelijke kosten voor het huis. Als de overeenkomst wordt beëindigd, krijgt ieder het deel terug dat hij heeft ingelegd. Het gezamenlijk vermogen wordt door de helft gedeeld. Omdat de vrouw voor de aankoop van het huis fl. 50.000,- van haar spaargeld heeft ingelegd, krijgt zij dit vergoed van de man.

De man en de vrouw gaan uit elkaar en het huis wordt op 13 juni 2001 verkocht voor fl. 565.000,-. Na aftrek van de hypotheek en andere kosten blijft er fl. 415.088,25 over. De vrouw krijgt fl. 80.000,- van dit bedrag en er blijft ook fl. 80.000,- in depot bij de notaris. De rest van het bedrag, fl. 255.088,25, wordt betaald aan de man.

De vrouw dagvaart de man voor de rechtbank bij exploot van 6 juli 2001 en vordert verdeling van de gemeenschap en de man te veroordelen om haar een bedrag van fl. 120.609,67 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vrouw betoogt dat het huis alleen formeel op naam van de man was gezet, omdat zij op dat moment nog een vorige relatie financieel aan het afronden was. Uit de samenlevingsovereenkomst blijkt dat het huis van hen beiden was. Daarom moet de opbrengst gelijk worden verdeeld. Subsidiair doet ze een beroep op de redelijkheid en billijkheid.

De man bestrijdt de vorderingen. Hij vordert in reconventie dat de rechtbank de vrouw veroordeelt mee te werken aan de uitbetaling aan hem van het in depot gehouden bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. De vrouw bestrijdt de vordering in reconventie.

De rechtbank wijst de vordering van de vrouw bij vonnis van 12 maart 2003 toe en veroordeelt de man om de vrouw een bedrag van € 63.547,80 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering van de man in reconventie wijst de rechtbank af.

De man gaat in hoger beroep. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen van de vrouw af en de vordering van de man in reconventie toe. Het hof veroordeelt de vrouw mee te werken aan de uitbetaling door de notaris van € 36.302,42 aan de man. Het hof overweegt dat van het bestaan van een verrekeningsbeding niet is gebleken en dat de door haar aangevoerde gronden haar geen recht geven op een hoger bedrag uit de opbrengst van het huis dan zij al heeft gehad.

De vrouw gaat in cassatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst het geding naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.