ECLI:NL:HR:2005:AU4042 (Skeelerongeval)

Hoge Raad, 25 november 2011, Skeelerongeval
(ECLI:NL:HR:2005:AU4042)

Essentie

Aansprakelijkheid sportschool Eurosportief voor ongeval cursist: het niet-naleven van veiligheidsnorm en ‘risico-aanvaarding;’ causaal verband: ‘omkeringsregel;’ letsel buiten lijn der normale verwachtingen. Exoneratiebeding: uitleg; derogerende werking redelijkheid en billijkheid.

Dat de cursiste zich vrijwillig heeft blootgesteld aan het risico van een val, betekent niet dat de sportschool niet aansprakelijk kan worden gesteld ten aanzien van de schade met het oog op dat risico bij een skeelercursus voor beginners geboden veiligheidsmaatregelen. Hier is sprake van een geval waarin de omkeringsregel van toepassing is: dit bracht mee dat het hof het condicio sine qua non-verband tussen het niet geven van het dringende advies om met het oog op beperking van de gevolgen van een val op het hoofd een valhelm te dragen en het door de cursiste ten gevolge van een val op het hoofd opgelopen (dodelijk) letsel als vaststaand moest aannemen, tenzij de sportschool gesteld en bewezen zou hebben dat de cursiste in weerwil van dit advies geen valhelm zou hebben opgezet. Het niet naleven van een veiligheidsnorm brengt mee dat ook letsel dat buiten de normale lijn van de verwachtingen ligt, aan de overtreder van die norm wordt toegerekend.

Rechtsregel

Het oordeel van het hof dat het door Eurosportief gedane beroep op het in het aanmeldingsformulier opgenomen exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is gebaseerd op de overweging dat het beding onduidelijk is in de zin dat daaruit niet blijkt dat het geschreven is voor ernstige schadesoorten als bedoeld in art. 6:108 BW. Deze overweging moet zo worden begrepen dat de onduidelijkheid daarin is gelegen, dat de woorden ‘Deelname is voor eigen rekening en risico.’ de ondertekenaar van het door eiseres opgestelde inschrijfformulier voor de beginnerscursus onvoldoende benadrukken dat die tekst ook bedoeld is om aansprakelijkheid uit te sluiten voor ernstige tot zeer ernstige vormen van schade die bij het skeeleren kunnen voorkomen. Aldus opgevat is de bestreden overweging niet onbegrijpelijk en evenmin rechtens onjuist, zodat niet valt in te zien dat het hof die overweging niet mede ten grondslag kon leggen aan zijn oordeel dat het beroep op genoemd beding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Inhoud

Het beroep is ingesteld door verweerder, welke gehuwd was met cursiste. Aan zijn vermelde vorderingen heeft verweerder ten grondslag gelegd dat Eurosportief jegens cursiste is tekortgeschoten in de zorgplicht die van haar mocht worden verwacht doordat zij van haar cursisten, die allen beginners waren, niet heeft verlangd dat zij een valhelm zouden dragen.

Het hof heeft in het voordeel van verweerder beslist. Voor cursisten die geen ervaring hebben in  skeeleren bestaat een verhoogd gevaar voor vallen en daaruit voortvloeiend letsel. Van een organisator van een skeelercursus voor beginners mag worden verwacht dat cursisten voorafgaand aan de cursus indringend worden gewaarschuwd voor die gevaren en geadviseerd beschermingsmiddelen te dragen. Eurosportief had op dat gevaar bedacht moeten zijn in situaties als onderhavige, waarin cursisten langzaam rijden op een effen, geasfalteerde baan en geen gevaarlijke manoeuvres worden verricht. De mededeling van de cursusleider aan de leerlingen dat zij een helm konden pakken als zij daar behoefte aan hadden, kan niet worden aangemerkt als een dringend advies aan de cursisten. Dit brengt mee dat Eurosportief is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting om de cursisten minst genomen dringend te adviseren een valhelm te dragen. Aan deze zorgvuldigheidsverplichting en de uit schending daarvan voortvloeiende aansprakelijkheid wordt niet afgedaan door de omstandigheid dat het gaat om een sport die het risico van vallen met zich brengt. Het overlijden van cursiste als gevolg van de valpartij was niet onvoorzienbaar dat dit Eurosportief niet zou kunnen worden toegerekend, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het door haar opgelopen letsel.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet naleven van een veiligheidsnorm meebrengt dat ook letsel dat buiten de normale lijn van de verwachtingen ligt aan de overtreder van die norm moet worden toegerekend. Deze gaat dan ook mee in het oordeel van het Hof en verwerpt het beroep. Eurosportief krijgt ongelijk.