ECLI:NL:HR:2004:AR0196 (Uitleg erfstelling)

Uitleg erfstelling, HR 3 december 2004
(ECLI:NL:HR:2004:AR0196)

Door Lisanne Roestenberg

Essentie

Artikel 4:46 BW. Erfstelling. Alle feiten en omstandigheden relevant om te bepalen of testament duidelijk is.

Rechtsregel

Om te bepalen of een testament duidelijk is, dus of de verklaring een duidelijke zin heeft, moet ook worden gekeken naar de verhoudingen die de erflater met dit testament heeft willen regelen en de omstandigheden waaronder het testament is opgemaakt.

In dit geval is het testament opgemaakt op hetzelfde moment als een samenlevingsovereenkomst en stonden partijen op het punt om een huis te kopen samen. Later zijn partijen uit elkaar gegaan. Het is daarom van belang om deze omstandigheden te betrekken bij de vraag of de overledene op dat moment nog steeds wilde dat alles naar zijn ex-partner ging. Dat is hier ten onrechte niet betrokken in de beoordeling.

Inhoud arrest

De heer X gaat per 1 oktober 1982 samenwonen in een gezamenlijk koophuis met mevrouw Y (hierna: verweerster). Een maand daarvoor, op 2 september 1982, stellen zij een samenlevingscontract op en maken zij allebei een testament op. Verweerster wordt als zijn enige erfgenaam benoemd, de heer X wordt als haar enig erfgenaam benoemd.

Op 13 januari 1987 sluit de heer X een levensverzekering af, waarbij de begunstigden eerst de weduwe zijn, vervolgens de kinderen en vervolgens verweerster.

Op 11 december 1987 trouwen de heer X en verweerster in gemeenschap van goederen. Vijf jaar later, op 13 april 1992 spreekt de rechtbank de scheiding uit. In juli 1992 stelt de notaris de boedelverdeling vast. De heer X krijgt de woning en de daarop rustende hypotheek. Ook de levensverzekering blijft van hem. Hij heeft aan de verzekeringsmaatschappij doorgegeven dat verweerster niet langer een begunstigde is van het bedrag dat vrijkomt bij zijn overlijden.

De heer X krijgt op 13 november 1997 een verkeersongeluk en overlijdt. De nalatenschap gaat, conform het testament van de heer X, in eerste instantie naar verweerster.

De familie van de heer X (zijn ouders en broer, hierna: eisers) laten conservatoir beslag leggen op de nalatenschap. Het huis wordt verkocht, maar de opbrengst is ondergebracht in een depot bij de notaris.

Eisers gaan daarna naar de rechtbank. Zij dagvaarden verweerster en vorderen, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat zij de erfgenamen zijn van de heer X. Zij vorderen ook dat de verklaring voor erfrecht van 30 januari 1998, waarin verweerster bevoegd en gerechtigd is verklaard om te beschikken over de erfenis, nietig te verklaren dan wel te vernietigen en verweerster te veroordelen om mee te werken aan een volledige opgave en afdracht van de erfenis aan eisers. Zij hebben ten slotte gesteld dat verweerster alle kosten van het geding moet betalen.
Eisers stellen deze vordering in, omdat ze vinden dat het testament niet alleen taalkundig moet worden gelezen. Ze stellen dat het zo is opgesteld, omdat partijen toen samen een huis hebben gekocht. De heer X heeft dus bedoeld om alles na te laten aan de partner met wie hij samenwoont. Nu zij gescheiden zijn, is de situatie veranderd. Dat blijkt ook uit het feit dat verweerster is geschrapt van de levensverzekering.

Verweerster bestrijdt de vordering en vordert eisers te veroordelen tot betaling van alle kosten en schadevergoeding die zij leed en nog zal lijden als gevolg van het leggen van beslag op de erfenis. Zij stelt dat het testament heel duidelijk is en dat zij de erfgenaam is.

Na een comparitie van partijen vermeerderen eisers hun eis. Zij vorderen nu ook een veroordeling van verweerster in de kosten van de verhuizing van alle zaken uit de erfenis vanuit de woning van de heer X naar een opslagplaats, alsook de kosten voor die opslag van 320 gulden per maand.

De rechtbank wijst bij vonnis van 24 mei 2000 de vorderingen in conventie af en in reconventie wordt de zaak verwezen naar de rol voor een uitwerking van de door verweerster geleden schade. Bij eindvonnis van 6 december 2000 wijst de rechtbank de vordering in reconventie toe. De rechtbank oordeelt dat het testament duidelijk is en maar voor één uitleg vatbaar is. Ook moeten eisers de schade aan verweerster vergoeden, die zij heeft geleden als gevolg van het beslag.

Eisers gaan in hoger beroep. Het hof bekrachtigt bij arrest van 16 januari 2013 de vonnissen van de rechtbank. Ook het hof vindt dat het testament duidelijk is en dat de uitvoering van deze erfstelling niet onmogelijk is, geen zin heeft of dat de heer X zich duidelijk vergist heeft in de persoon. Daarom wordt niet toegekomen aan een uitleg van de bedoelingen die de heer X had bij het opmaken van het testament. In het incidentele beroep bekrachtigt het hof het vonnis. Eisers moeten dus nog steeds de schade van verweerster vergoeden.

Eisers gaan in cassatie tegen beide arresten. Verweerster concludeert tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft anders geoordeeld. Bij de beantwoording van de vraag of een testament duidelijk is, moet ook gekeken worden naar de verhoudingen die de erflater heeft willen regelen en de omstandigheden waaronder het testament is opgemaakt. Dat is hier niet voldoende beoordeeld; er had ook naar de omstandigheden gekeken moeten worden, waaronder dat ze ook een samenlevingscontract hebben gesloten en een huis hebben gekocht. Ook moet dan gemotiveerd worden of het feit dat zij bij het overlijden van de heer X niet meer samenwoonden, gevolgen heeft voor de erfstelling. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof van 16 januari 2003 en verwijst het geding naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Verweerster wordt veroordeeld in de kosten van het geding.