ECLI:NL:HR:2003:AF7314 (Rotterdamse Hennepkweker)

Rotterdamse Hennepkweker-arrest, NJ 2003, 633: HR 10-06-2003

(ECLI:NL:HR:2003:AF7314)

Essentie
Het arrest Rotterdamse Hennepkweker gaat over het vrijspreken van een gedeelte van de tenlastelegging. In casu draait het om de vraag of het weglaten van de straatnaam, waar het pand met de hennepkwekerij zou zijn gelegen, in de bewezenverklaring grondslagverlating oplevert.

Rechtsregel
Vrijspraak van de nadere plaatsnaamaanduiding in de tenlastelegging betekent geen verlating van de grondslag van de tenlastelegging, indien er bij de verdachte geen onduidelijkheid bestaat over de plaats waar verdachte het feit zou hebben begaan.

Inhoud arrest
Verdachte had aan de Strevelsweg in Rotterdam een hennepkwekerij en werd door het hof veroordeeld. In de tenlastelegging stond in plaats van de Strevelsweg echter “aan Groene Hilledijk”. Het hof besloot derhalve de precieze straataanduiding weg te strepen en achtte bewezen dat het feit “te Rotterdam, in een pand” is gepleegd. Verdachte klaagt vervolgens in cassatie dat het hof de tenlastelegging heeft verlaten door verdachte ten onrechte niet van de gehele tenlastelegging vrij te spreken, nu het niet bewezen is verklaard dat het tenlastegelegde is begaan “aan de Groene Hilledijk”. De Hoge Raad stelt echter dat, gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit de plaatsaanduiding voor de krachtens de artikelen 348 en 350 Sv door de rechter te nemen beslissingen strafrechtelijk niet van belang is.

De Hoge Raad oordeelt als volgt:

Uit het verhandelde ter terechtzitting zowel in hoger beroep als in eerste aanleg blijkt dat bij de verdachte, die een verklaring heeft afgelegd omtrent de hennepkwekerij die hij in zijn toenmalige huurwoning in Rotterdam had, geen onduidelijkheid heeft bestaan omtrent hetgeen hem werd verweten en met name ook niet waar ter plaatse de verweten gedraging zich heeft voorgedaan.

Voorts stelt de Hoge Raad dat hetgeen waarvan is vrijgesproken niet van belang is voor het beantwoorden van de formele en materiële vragen door de rechter. Het hof heeft door bewezen te verklaren dat het feit begaan is in een pand te Rotterdam niet een ander feit bewezenverklaard dan wat was tenlastegelegd en dus is de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten. De Hoge Raad verwerpt derhalve het beroep van verdachte.