ECLI:NL:HR:2002:AE2113 (De Bont / Oudenallen)

De Bont / Oudenallen, 9 augustus 2002
(ECLI:NL:HR:2002:AE2113)

Essentie
Geen aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW bij ongevallen tijdens woon-werkverkeer, wel op grond van de eisen van de redelijkheid en billijkheid, behalve bij opzet of bewuste roekeloosheid.

Rechtsregel
Artikel 7:658 BW geldt niet bij verkeersongevallen tijdens het woon-werkverkeer: ‘in de uitoefening van zijn werkzaamheden’ moet wel ruim, maar niet zo ruim worden uitgelegd. Dit betekent niet dat een werkgever niet op andere gronden aansprakelijk kan zijn. In dit geval is sprake van vervoer dat op één lijn te stellen is met vervoer dat plaatsvindt op grond van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en in het kader van de voor de werkgever te voeren werkzaamheden. Op grond van de aard van de arbeidsovereenkomst en de eisen van redelijkheid en billijkheid, moet de werkgever daarom de niet door de verzekering gedekte schade dragen. Dit geldt niet als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid (wat hier niet het geval is).

Inhoud arrest
De Bont gaat op 21 november 1994 werken bij Oudenallen als betontimmerman. Op zijn arbeidsovereenkomst is de cao Bouwbedrijf van toepassing.

Vanaf november 1997 rijdt De Bont iedere dag met zijn eigen auto van Oosterhout naar Deventer. Op grond van de cao krijgt hij hiervoor reisuren- en autokostenvergoeding en meerijderstoeslag. Dit is per maand ongeveer een bedrag van fl. 1.500,-.

Op 17 februari 1998 rijdt De Bont met drie collega’s in zijn auto naar Deventer. Door zijn schuld ontstaat rond 06.30uur een aanrijding, waarbij hij zelf zwaar gewond raakt, zijn collega’s gewond raken en de auto total loss gaat. De WAM-verzekeraar van De Bont vergoedt de materiële en immateriële schade van de passagiers, maar niet zijn schade of de schade aan de auto.

De Bont vordert bij de kantonrechter voor recht te verklaren dat Oudenallen als werkgever aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden ten gevolgd van het ongeval op grond van artikel 7:658 BW, 6:170, derde lid, BW en op grond van de redelijkheid en billijkheid. Oudenallen betwist dit en beroept zich op roekeloos rijgedrag en/of ernstige schuld van De Bont.

De kantonrechter wijst de vorderingen van De Bont af, omdat het ongeval niet onder werktijd, maar tijdens het woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden. In de genoemde artikelen is geen algemene aansprakelijkheid opgenomen ten aanzien van schade tijdens woon-werkverkeer. Dit vloeit ook niet voortuit de algemene regels over de arbeidsovereenkomst. Dit kan alleen zo zijn als Oudenallen zich niet als een goed werkgever heeft gedragen, maar hiervan is geen sprake.

De Bont gaat in hoger beroep bij de rechtbank. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. De Bont gaat in cassatie. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Bosch voor verdere behandeling en beslissing en veroordeelt Oudenallen in de proceskosten.