ECLI:NL:HR:1997:AA2251 (Het Pottenbakkersarrest)

Hoge Raad, 29 augustus 1997, Het Pottenbakkersarrest
(
ECLI:NL:HR:1997:AA2251)

Essentie

Uit dit arrest blijkt in hoeverre een ondernemer een verhuurd gebouw nog tot het fiscaal ondernemingsvermogen kan toerekenen. Het gaat om een gebouw dat binnen de onderneming werd gebruikt, maar vervolgens geen functie meer verricht binnen de bedrijfsuitoefening van de ondernemer.

Rechtsregel

Indien een ondernemer een gebouw niet meer gebruikt voor zijn eigen bedrijfsuitoefening en het vervolgens geheel of nagenoeg geheel gaat verhuren, dan mag dit gebouw nog steeds als fiscaal ondernemingsvermogen worden aangemerkt. De keuze is aan belastingplichtige zelf. Het is niet relevant of dit gebouw nog een functie verricht binnen de onderneming.

Inhoud arrest

Belanghebbende exploiteert als IB-ondernemer een pottenbakkerij. Deze werkzaamheden zijn tot 1984 verricht vanuit de schuur bij de woning van belanghebbende. Deze schuur heeft belanghebbende tot het fiscaal ondernemingsvermogen gerekend gedurende deze periode. Vervolgens is de pottenbakkerij verplaatst naar een winkelpand en is de schuur in 1984 omgebouwd tot een zomerhuisje. Vanuit de schuur worden vervolgens geen werkzaamheden meer verricht.

Belanghebbende rekent de schuur ook na de verplaatsing van de pottenbakkerij tot het fiscaal ondernemingsvermogen. Het Hof oordeelt dat belanghebbende de verbouwde schuur vanaf 1984 tot zijn privé-vermogen had moeten rekenen.  De ingrijpende verbouwing heeft ertoe geleid dat de schuur geen enkele zakelijke functie meer vervulde binnen de onderneming volgens het Hof.

De Hoge Raad oordeelt echter anders. Indien een ondernemer een gebouw dat eerst tot het ondernemingsvermogen behoorde, niet meer gebruikt voor zijn eigen bedrijfsuitoefening en het vervolgens geheel of nagenoeg geheel gaat verhuren, dan mag dit gebouw nog steeds als fiscaal ondernemingsvermogen worden aangemerkt. De keuze tot etikettering is dus aan belastingplichtige zelf.