ECLI:NL:HR:1993:AB7899 (Aflatoxine in Pinda-arrest)

Aflatoxinepinda’s, HR 2 februari 1993, NJ 1993, 476

Essentie

Dit arrest uit 1993 gaat over de afwezigheid van alle schuld (avas). De verdachte M.-producten R. B.V., deed in cassatie beroep op avas. De Hoge Raad vond dat het OM het beroep op avas ontoereikend had weerlegd en ontsloeg de vennootschap van alle rechtsvervolging.

Rechtsregel

De rechtsvraag in casu luidde: “Is het beroep op avas gegrond?” De Hoge Raad oordeelde bevestigend. De verdachte had maximale zorgvuldigheid betracht, derhalve kon hem redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt.

Inhoud arrest

Aan de verdachte werd het volgende ten laste gelegd: “dat zij in de gemeente Rotterdam omstreeks 9 mei 1989 heeft verkocht aan Pijlstra BV een partij — voor de handel en de menselijke consumptie bestemde ongebrande gevliesde pinda’s, maat 70–80 (type Redskin), welke pinda’s waren verpakt in jute zakken welke waren voorzien van (onder meer) de aanduidingen ‘Bergergo-Cordoba mani confeteria -cosecha 1900 – 70 – 80′, zijnde deze pinda’s een waar als bedoeld in art. 1 Warenwet, zulks terwijl het gehalte aan aflatoxine B1 in die pinda’s, in ieder geval meer dan 5 microgram per kg bedroeg.”

De vennootschap voerde ter verdediging aan dat zij alle mogelijke voorzorgsmaatregelen heeft betracht teneinde een overtreding te voorkomen. Haar treft dus geen enkel verwijt ten aanzien van het te hoge aflatoxinegehalte in de pinda’s. Voorts voert de raadsman hieromtrent het volgende aan:

  • “bij de inkoop van grondnoten selecteert het naar land van oorsprong;
  • zich ervan vergewist dat in het land van oorsprong gecontroleerd wordt op de aanwezigheid van aflatoxine;
  • zorg draagt dat de verscheping van grondnoten naar Rotterdam slechts plaatsvindt in schone en droge containers;
  • na aankomst van de grondnoten in Rotterdam deze doet controleren door het Instituut van dr. Verweij volgens een keuringssysteem gelijkwaardig aan de in de stukken genoemde Code of Practice (gehanteerd door de Keuringsdienst van Waren, red.);
  • zorg draagt voor de opslag in Nederland van de grondnoten in daarvoor geschikte panden;
  • ervoor zorg heeft gedragen, dat de door haar aan haar afnemer (Pijlstra B.V.) geleverde grondnoten van vreemde bestanddelen werden geschoond.”

De rechtbank was van oordeel dat “de vennootschap zich als handelaar in de positie bevindt dat zij grondnoten onder het bereik van consumenten helpt brengen in de volle wetenschap dat zij, ongeacht de zorgvuldigheid die zij betracht, nooit de waterdichte garantie kan bieden voor een zuiver product en dat, wie zich in zo’n positie bevindt, nooit een beroep kan doen op afwezigheid van alle schuld, tenzij hem om beleidsredenen die mogelijkheid uitdrukkelijk gegeven wordt.” De rechtbank vond echter dat de vennootschap de maximale zorgvuldigheidseisen in acht had genomen en verklaarde de vennootschap derhalve schuldig zonder oplegging van straf (art. 9a Sr).

De Hoge Raad was daarentegen van oordeel dat er sprake was van een geldig beroep op avas. De vennootschap werd dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging. Dit blijkt uit de volgende rechtsoverwegingen:

“6.1 Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van de economische politierechter is aldaar namens de verdachte een beroep op afwezigheid van alle schuld gedaan dat door de economische politierechter in zijn vonnis is samengevat en verworpen als volgt: (enz.);

6.2 De economische politierechter heeft de strafoplegging gemotiveerd als volgt: (enz.);

6.3 In de hiervoren onder 6.1 en 6.2 weergegeven overwegingen (zie economische politierechter; red.) ligt besloten dat de economische politierechter heeft vastgesteld — van welke vaststelling in cassatie moet worden uitgegaan — dat de verdachte de maximale van haar te vergen zorg heeft betracht ter voorkoming van een hoger dan wettelijk toelaatbaar gehalte aan aflatoxine B1 in de door haar verhandelde pinda’s. Hieruit volgt dat haar van het te dezen vastgestelde te hoge aflatoxinegehalte redelijkerwijze geen verwijt kan worden gemaakt. Mitsdien had de economische politierechter — in stede van de verdachte strafbaar te verklaren op grond van de overweging dat zij nooit een beroep kan doen op afwezigheid van alle schuld en haar derhalve ook bij inachtneming van maximale zorgvuldigheid te belasten met het risico van een te hoog aflatoxinegehalte — de verdachte moeten ontslaan van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld.”