ECLI:NL:HR:1989:AD0586 (Groningse huwelijkse voorwaarden)

Groningse huwelijkse voorwaarden, HR 20 januari 1989
(ECLI:NL:HR:1989:AD0586)

Essentie
De notaris heeft een zogenaamde “Belehrungspflicht”. Dit houdt in dat de notaris partijen gedegen moet informeren over de gevolgen van de door hen te verrichten rechtshandelingen.

Rechtsregel
De functie van een notaris in het rechtsverkeer brengt met zich dat hij beroepshalve is gehouden naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht. De notaris dient daartoe in voorkomende gevallen voorlichting te geven over de specifieke, bezwarende rechtsgevolgen die rechtshandelingen met zich meebrengen voor de partijen die hij bijstand verleent. In dit verband wordt gesproken van een zogenaamde “Belehrungspflicht”, die inmiddels is gecodificeerd in art. 43 lid 1 Wet notarisambt.

Er wordt aangenomen dat deze informatieplicht van de notaris niet is beperkt tot het passeren van akten, maar in ieder geval steeds geldt indien de notaris ambtelijke werkzaamheden verricht.

Inhoud arrest
Eiseres huwde in 1951 op huwelijkse voorwaarden met Z. In 1979 werd tussen hen de scheiding van tafel en bed uitgesproken. In tussentijd is het huwelijksgoederenregime door de notaris omgezet naar een algehele gemeenschap van goederen, zonder zich ervan te vergewissen of eiseres wel op de hoogte was van de dreigende financiële problemen van haar echtgenoot. Eiseres beticht de notaris daarom van een onrechtmatige daad jegens haar, stellende dat het aan zijn schuld is te wijten dat ten tijde van de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap haar vermogen vrijwel geheel bleek te zijn aangewend voor de betaling van de schulden van Z, waardoor zij naar voorzichtige schatting een schade heeft geleden van ƒ 350 000. De notaris heeft immers nagelaten om haar te wijzen op de consequenties van de omzetting van het huwelijksgoederenregime.

In deze zaak stond de voor de notariële praktijk belangrijke vraag centraal of de notaris een informatieplicht had jegens eiseres bij de omzetting van de huwelijks voorwaarden in algehele gemeenschap van goederen, en derhalve of een notaris gehouden is om voorlichting te geven over de gevolgen die rechtshandelingen met zich meebrengen voor de partijen die hij bijstand verleent.

De Hoge Raad overweegt dat het onjuist is dat een notaris bij het verlijden van een akte nimmer tot meer is gehouden dan tot het geven van een zakelijke toelichting op de inhoud van de akte. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de notaris beroepshalve is gehouden tot het geven van verdergaande informatie, en met name tot het wijzen op specifieke aan de voorgenomen rechtshandeling verbonden risico’s. De functie van de notaris in het rechtsverkeer brengt immers mee dat hij beroepshalve gehouden is naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht. In dit verband spreekt men wel van een ‘Belehrungspflicht’ van de notaris.