ECLI:NL:HR:1980:AC6801 (Possemis / Hoogenboom)

Possemis / Hoogenboom, 25 januari 1980
(ECLI:NL:HR:1980:AC6801)

Essentie
In casu gaat het om de vragen of de overeenkomst tussen partijen aan te merken is als een arbeidsovereenkomst en of de werkgever dan verplicht is om de werknemer op te roepen voor de werkzaamheden.

Rechtsregel
Er wordt uitgegaan van het feit dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Deze overeenkomst heeft wel een bijzondere vorm, het is namelijk een los dienstverband. Dit houdt in dat de werkgever de werknemer kan oproepen als hij werk voor hem heeft. Of de werkgever verplicht is om de werknemer op te roepen, hangt af van de omstandigheden van het geval (bijvoorbeeld als er is afgesproken dat de werknemer op bepaalde dagen altijd werkt). In dit geval moet Hoogenboom Possemis oproepen als er werk was waarvoor hij in aanmerking kwam. Alleen omdat Possemis niet heeft aangevoerd dat er werk voor hem beschikbaar was in die periode, werd zijn vordering niet toegewezen.

Inhoud arrest
Possemis gaat op 19 maart 1976 werken voor Hoogenboom’s Bewakingsdienst B.V. (hierna: Hoogenboom). Ze spreken af dat Hoogenboom hem oproept als hij werk voor hem heeft, dus niet voor een vast aantal uren per week. Possemis werkt vanaf dat moment meer dan 40 uur per week. Per 6 juli 1976 krijgt hij geen opdrachten meer van Hoogenboom. Daarom neemt Possemis op 14 december 1976 zelf ontslag bij Hoogenboom.

Possemis vordert bij verzoekschrift van 10 januari 1977 dat Hoogenboom zijn achterstallig loon van 331,76 gulden per week over de periode 7 juli 1976 tot en met 14 december 1976, in totaal 7630,48 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente alsnog aan hem moet betalen. Verder vordert hij de overeengekomen vakantietoeslag en een schadeloosstelling van een maand brutoloon. Hoogenboom bestrijdt de vordering. De kantonrechter wijst bij eindvonnis van 27 juli 1977 de vordering van Possemis af. Daarbij overweegt de kantonrechter dat er een schriftelijk arbeidscontract van toepassing is op de relatie, hoewel de handtekeningen hieronder ontbreken. In dit contract staat geen vakantietoeslag opgenomen. Uit de geldende cao voor de Bewakingsbedrijven volgt dat wanneer iemand voor een los dienstverband wordt aangenomen, hij na vier weken opdrachten verrichten om een vast dienstverband kan verzoeken. Dit heeft Possemis niet gedaan, waardoor het losse dienstverband is blijven voortduren en Hoogenboom dus de bevoegdheid had om Possemis niet meer op te roepen en dus geen salaris hoeft na te betalen.

Possemis gaat in hoger beroep bij de rechtbank. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Hoogenboom bij vonnis van 27 december 1978 om aan Possemis 266 gulden en 365,69 gulden te betalen. De rechtbank is het eens met de kantonrechter dat het los dienstverband is blijven voortduren en dat Hoogenboom hem niet hoefde op te roepen en geen salaris hoefde te betalen. De vordering inzake het vakantiegeld over de periode 19 maart 1976 tot en met 6 juli 1976 is wel toewijsbaar.

Possemis gaat in cassatie. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Possemis in de kosten van het geding.

Reacties

reacties