ECLI:NL:HR:1979:AH8595 (Kleuterschool Babbel)

Kleuterschool Babbel-arrest, HR 06-04-1979, NJ 1980, 34
(ECLI:NL:HR:1979:AH8595)

Door Austin Ellinor

Essentie
Het arrest Kleuterschool Babbel (ook wel bekend als Reuvers/Gemeente Zwolle) gaat over onrechtmatige overheidsdaad. In bijzonder draait dit arrest om de uitlatingen van een wethouder die aan de gemeente worden toegerekend. In casu is het de vraag of de gemeente hiervoor aansprakelijk is, ook al is de wethouder geen wettelijk orgaan van de gemeente.

Rechtsregel
Een rechtspersoon kan aansprakelijk worden gesteld voor een onrechtmatige daad indien de gedraging van de handelende persoon (in casu de wethouder) in het maatschappelijk verkeer als een gedraging van de rechtspersoon kan worden aangemerkt.

Inhoud arrest
Op zondag 11 februari 1973 stort het plafond van kleuterschool Babbel in. Het hoofd van Bouw- en Woningtoezicht en daarna ook de wethouder van onderwijs leggen meteen de schuld bij de aannemer (Reuvers) die voor het dak heeft gezorgd. Deze uitlatingen komen op televisie, op de radio en in de krant. In een persbericht heeft ook de gemeente gesteld dat Reuvers formeel aansprakelijk is. Een tijd later blijkt echter dat de schuld helemaal niet bij Reuvers ligt.

Reuvers heeft veel reputatieschade geleden en laat het hier niet bij zitten. Reuvers vordert vervolgens schadevergoeding van de gemeente Zwolle wegens onrechtmatige daad. Volgens Reuvers heeft zijn bedrijf schade geleden door het optreden van onder andere de wethouder.

De rechtbank wijst de vordering af. Dit vonnis is in hoger beroep bekrachtigd door het gerechtshof. Volgens de rechtbank en het hof heeft Reuvers weliswaar schade geleden, maar de gemeente kan hier niet aansprakelijk worden gesteld. Dit kan enkel indien de dader door de Gemeentewet een erkend gemeentelijk orgaan is, aldus de rechtbank en het hof.

Het arrest van het hof wordt in cassatie vernietigd door de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde als volgt:

“Het (…) eerste middel komt terecht op tegen ’s Hofs oordeel dat voor de vraag of een Gemeente voor de gedragingen van een wethouder kan worden aangesproken, beslissend is of de wethouder in de Gemeentewet als orgaan van de Gemeente wordt erkend. De gedragingen van een wethouder kunnen immers ook dan een onrechtmatige daad van de Gemeente opleveren, wanneer zij in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de gemeente hebben te gelden. Aangenomen moet worden dat dit het geval is, wanneer de gedragingen van een wethouder van onderwijs bestaan in het doen van uitlatingen in zijn hoedanigheid ter zake van de aansprakelijkheid voor gebreken in de bouw van een in de gemeente gevestigde kleuterschool.”

Nu de wethouder gedragingen heeft gedaan in zijn functie als wethouder van onderwijs, moeten deze gedragingen als gedragingen van de gemeente worden aangemerkt. De gemeente is aansprakelijk voor de uitlatingen van de wethouder. Het is dus niet noodzakelijk dat de dader een wettelijk orgaan van de rechtspersoon is.