ECLI:NL:HR:1976:AC5835 (Bunde/Erckens)

Bunde/Erckens, 17 december 1976
(ECLI:NL:HR:1976:AC5835)

Door Marsha Simon

Essentie
Dit arrest staat ook wel bekend als het Misverstand-arrest. In de onderhavige zaak is er namelijk een misverstand ontstaan over welke betekenis aan het begrip ‘belastingschade’ toegekend moet worden.

Rechtsregel
Indien partijen die een overeenkomst wensen te sluiten, daarin een voor misverstand vatbare uitdrukking bezigen, die zij elk in verschillende zin hebben opgevat, hangt het antwoord op de vraag, of al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen, in beginsel af van wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid.

Daarbij kan onder meer een rol spelen: a) of de betekenis waarin de ene partij de uitdrukking heeft opgevat meer voor de hand lag dan die waarin de ander haar heeft opgevat; b) of, indien deze uitdrukking een vaststaande technische betekenis heeft, de partij die van deze betekenis is uitgegaan, mocht verwachten dat ook de andere partij deze betekenis zou toekennen; c) of de andere partij zich had voorzien van deskundige bijstand en de wederpartij mocht verwachten dat deze die betekenis kende en die andere partij daaromtrent voorlichtte; d) of één der door partijen aan de uitdrukking gehechte betekenissen zou leiden tot een resultaat dat met hetgeen partijen met de overeenkomst beoogden minder goed zou zijn te rijmen.

Inhoud arrest
De gemeente Bunde koopt het bedrijf van Erckens op, vanwege de bouw van een nieuwe woonwijk. Door de verkoop van het bedrijf zal Erckens in dat jaar veel meer belasting moeten betalen over zijn inkomen, dan hij normaal zou moeten betalen. De gemeente Bunde en Erckens komen in het koopcontract overeen dat de gemeente de belastingschade van Erckens zal vergoeden.

Bij voorlopige overeenkomst van 21 juni 1961 verkocht Erckens aan de gemeente Bunde het onroerend goed voor fl. 175.000,=, met daarin het volgende beding: ‘dat de belastingschade vallende op de bedrijfsschadevergoeding, die geacht wordt in het overeengekomen bedrag mede te zijn begrepen, aan partij Erckens door de Gemeente wordt vergoed op basis van een door de heer de inspecteur der directe belastingen te Valkenburg-Houthem af te geven verklaring dienaangaande.’ Er ontstaat vervolgens een misverstand over het begrip ‘belastingschade’.

De gemeente Bunde en Erckens kennen elk een andere betekenis toe aan het begrip ‘belastingschade’. Erckens is van mening dat onder de belastingschade twee bedragen vallen, namelijk het bedrag aan belasting wat hij extra zal moeten betalen, omdat hij zijn bedrijf eerder stopt, en daarnaast de inkomstenbelasting die hij over de bedrijfsschadevergoeding moet betalen. De inkomstenbelasting bedraagt 50.840 gulden. De gemeente is echter van mening dat onder de belastingschade enkel het extra belastingbedrag valt.

In de procedure stelt Erckens dat, aangezien partijen een geheel verschillend begrip ‘belastingschade’ op het oog hadden, tussen partijen geen overeenkomst tot stand was gekomen. Erckens vordert de van onwaarde verklaring van de koopovereenkomst en de daarop volgende overdracht. De Hoge Raad oordeelt dat indien partijen die een overeenkomst wensen te sluiten en daarin een voor misverstand vatbare uitdrukking bezigen, die zij elk in verschillende zin hebben opgevat, het antwoord op de vraag of al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen, in beginsel afhangt van wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid.

Daarbij kan onder meer een rol spelen: a) of de betekenis waarin de ene partij de uitdrukking heeft opgevat meer voor de hand lag dan die waarin de ander haar heeft opgevat; b) of, indien deze uitdrukking een vaststaande technische betekenis heeft, de partij die van deze betekenis is uitgegaan, mocht verwachten dat ook de andere partij deze betekenis zou toekennen; c) of de andere partij zich had voorzien van deskundige bijstand en de wederpartij mocht verwachten dat deze die betekenis kende en die andere partij daaromtrent voorlichtte; d) of één der door partijen aan de uitdrukking gehechte betekenissen zou leiden tot een resultaat dat met hetgeen partijen met de overeenkomst beoogden minder goed zou zijn te rijmen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest en veroordeelt Erckens in de kosten. De zaak wordt terug verwezen naar het Hof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze uitspraak.