ECLI:NL:HR:1973:AD2208 (Fluoridering)

Fluoderingsarrest; HR 22-06-1973, NJ 1973, 386.
(ECLI:NL:HR:1973:AD2208)

Essentie
Het Fluorideringsarrest draait om de vraag of de Waterleidingwet zich er tegen verzet dat de eigenaar van een waterleidingbedrijf een fluorverbinding aan het drinkwater toevoegt, zodat deze via het waterleidingnet bij de verbruikers terecht komt. Het vraagstuk hier is of er sprake moet zijn van een wettelijke grondslag om deze handeling uit te voeren.

Rechtsregel
Een dergelijke maatregel als het toevoegen van fluoride aan drinkwater is zo ingrijpend, dat dit zonder wettelijke grondslag niet geoorloofd is. Voor ingrijpend handelen van de overheid is dus een wettelijke grondslag vereist.

Fluoridering-arrest

Inhoud arrest
De gemeente Amsterdam nam het besluit om fluoride aan het drinkwater toe te voegen. Eisers hebben hier bezwaar tegen. Zij voeren aan dat de gemeente een monopolie positie heeft in het handelen van drinkwater. Bij Koninklijk Besluit werd de door de staatssecretaris verleende toestemming (beschikking) vernietigd.

De Hoge Raad oordeelde als volgt:

(…) dat de toevoeging van stoffen aan het drinkwater teneinde daarmee een geheel buiten de eigenlijke drinkwatervoorziening gelegen doel te dienen en daarom een maatregel is van zo ingrijpende aard, dat zonder wettelijke grondslag niet kan worden aangenomen dat een waterleidingbedrijf daartoe bij de vervulling van de hem in artikel 4 lid 1 van de Waterleidingwet opgedragen taak de vrijheid geeft.

De Hoge Raad stelt dat hier sprake is van zo ingrijpend handelen, dat er een wettelijke grondslag voor moet zijn. De Waterleidingwet voldoet hier echter niet aan. In de tekst van de wet is geen aanwijzing te vinden voor de stelling dat waterleidingbedrijven zo’n handeling uit mogen voeren. Ook zijn hier in de wetgeschiedenis geen aanwijzingen voor te vinden.

Drinkwater is een van de eerste levensbehoeftes. Aangezien de gemeente Amsterdam een monopolie positie bezit, wordt deze fluoridering door bijna heel Amsterdam verspreid. Volgens de Hoge Raad worden bewoners dus praktisch gedwongen om het drinkwater met fluoride te accepteren. De Hoge Raad vindt dit te ingrijpend en concludeert dat voor zo’n actie een wettelijke grondslag is vereist.