ECLI:NL:HR:1934:BG9443 (Wormerveerse Brandstichting-arrest)

Wormerveerse Brandstichting, HR 29 oktober 1934, NJ 1934, 1673

Essentie

Dit klassieke arrest uit 1934 gaat over medeplichtigheid en mededaderschap bij het plegen van een misdrijf, in casu brandstichting.

Twee mannen wilden een schuurtje in brand steken. Met behulp van een ladder klimt een van de mannen op het schuurtje, terwijl de andere man de ladder vasthoudt. Ze steken de schuur in brand en worden vervolgd voor brandstichting in vereniging. Jullie zien het natuurlijk al aankomen; de man die de ladder vasthield, stelde dat hij “slechts” medeplichtig was.

De Hoge Raad was het niet eens met het standpunt van de man en vond dat beide mannen moesten worden aangemerkt als medeplegers.

Rechtsregel

De Hoge Raad moest oordelen over de vraag of de man die de ladder vasthield tijdens de brandstichting, gekwalificeerd moest worden als mededader of medeplichtige. De Hoge Raad vond dat er sprake was van een volledige en nauwe samenwerking en dat derhalve beide mannen moesten worden gekwalificeerd als mededaders.

Het opmerkelijke aan dit arrest is dat er werd gesproken van mededaderschap, terwijl de man die de ladder had vastgehouden geen uitvoeringshandelingen had verricht, hetgeen wel vereist is als men wil spreken van mededaderschap.

Inhoud arrest

Twee mannen hadden afgesproken om samen een schuur in brand te steken. Ze gingen ’s nachts naar de betreffende schuur. Er werd een ladder tegen de schuur gezet, waarna één van de mannen op de ladder klom, terwijl de ander de ladder vasthield. De man op de ladder probeerde het hooi in de schuur in brand te steken. Dit mislukte, aangezien het hooi vochtig was. Op verzoek van de man op de ladder, gaf de tweede man wat stro aan. Met behulp van dit hoopje stro lukte het uiteindelijk om de brand aan te steken. De man op de lader stak met een lucifer dat hoopje stro en daarmee de schuur in brand. De Hoge Raad overwoog als volgt.

“dat toch, ook in verband met de gemaakte afspraak om tezamen brand te stichten, de samenwerking tussen de beide personen zó volledig en zó nauw is geweest, dat het tenslotte min of meer toevallig was, dat A (de man op de ladder) de brandende lucifer bij het hooi heeft gebracht; dat dan ook de handelingen van requirant (de man die de ladder vasthield), zoals deze hiervoren zij omschreven, niet het karakter van hulpverlening dragen, maar van een tezamen en in vereniging voltooide brandstichting.”

Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

One Comment on “ECLI:NL:HR:1934:BG9443 (Wormerveerse Brandstichting-arrest)”

Comments are closed.