ECLI:NL:GHSHE:2020:2699 (Beslaglegging van Converse toegestaan)

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 1 september 2020, Beslaglegging van Converse toegestaan.
(ECLI:NL:GHSHE:2020:2699)

Essentie

Waar de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant nog negatief oordeelde over de beslaglegging van Converse op de gympen van het bedrijf Sporttrading, bleek het Hof de bewijslast bij de laatste te leggen. Dit resulteerde in een positieve uitspraak voor Converse.

Rechtsregel

Van belang in deze zaak is in hoeverre Converse gerechtigd was beslag te leggen op de gympen van parallelhandelaar Sporttrading, ofwel handelaar in Converse-gympen zonder officieel handelspartner te zijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant legde de bewijslast bij Converse. Zij vond dat het bedrijf bewijs moest leveren omtrent het frauduleus handelen van Sporttrading. Aangezien Converse hier niet aan kon voldoen werd geoordeeld dat Converse onterecht beslag had gelegd op de gympen en er een schadevergoeding betaald moest worden. In hoger beroep legde het Hof daarentegen de bewijslast bij Sporttrading, die per slot van rekening beroep deed op de uitputting van het merkrecht. In de gehele procedure is Sporttrading niet geslaagd bewijs te leveren en zodoende is de beslaglegging van Converse gegrond verklaard.

Inhoud

In 2009 liet Converse beslag leggen op de gympen in de voorraad van Sporttrading. Het bedrijf meende namelijk dat door Sporttrading merkinbreuk was gepleegd. De laatste handelde in deze schoenen als parallelhandelaar en verkochten gympen van Converse, terwijl zij geen officieel handelspartner van Converse waren. In 2010 is Sporttrading failliet verklaard en de curator van het bedrijf meende dat het beslag onterecht was aangezien er sprake is van uitputting van het merkrecht door Sporttrading. De twee bedrijven zijn het eens over het feit dat het merkenrecht is uitgeput als de schoenen door Sporttrading door Europese licentienemers zijn verkocht. Echter verschilt hun mening over de vraag of dit in hun situatie het geval is. De Rechtbank oordeelde instemmend met de curator, die schadevergoeding eiste voor de beslaglegging. Ze vond dat Converse bewijs moest leveren dat Sporttrading frauduleus handelde. Het Hof meende daarentegen dat de curator, gezien het feit dat hij zich beroept op de uitputting van het merkrecht, bewijs moest leveren dat de gympen van Europese licentienemers afkomstig zijn. Door het gebrek aan dit bewijs resulteerde de uiteindelijke uitspraak positief stemmend voor Converse en oordeelde het Hof dat de beslaglegging gerechtigd was.