ECLI:NL:GHSHE:2016:1718 (Ontslag op staande voet terecht bij niet-verwijtbaar gedrag?)

Ontslag op staande voet terecht bij niet-verwijtbaar gedrag?, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 28 april 2016
(ECLI:NL:GHSHE:2016:1718)

Essentie
Dit arrest gaat over een werkneemster die een geweldsuitbarsting krijgt op haar werk. Ze gooit kantoormeubilair naar collega’s en vernielt kantooreigendommen. Ze wordt ontslagen op staande voet, maar is het daar niet mee eens, omdat haar gedrag niet verwijtbaar zou zijn wegens een medische aandoening. De ingeschakelde psychologen stellen dit ook vast.

Rechtsregel
Voor het Hof ligt de vraag of een ontslag op staande voet terecht is als de werknemer geen verwijt kan worden gemaakt. De vraag wordt bevestigend beantwoord en het Hof overweegt dat een ontslag op staande voet ook op zijn plaats is wanneer iemand geen verwijt kan worden gemaakt van haar gedragingen vanwege ziekte. Van werkgevers kan niet worden gevergd dat zij medewerkers in dienst nemen die een gevaar vormen voor de veiligheid.

Inhoud arrest
Appellante (werkneemster) is schoonmaakster en spreekt slecht Nederlands. Haar nieuwe opdrachtgever stelt als eis dat alle medewerkers de Nederlandse taal machtig moeten zijn. Appellante doet mee aan een taaltoets en zakt. Ze kan dus niet werken en haar werkgever stelt een aantal oplossingen voor. Appellante komt voor een re-integratiegesprek naar kantoor, waar zij zich agressief gedraagt en dingen vernielt, waardoor een aantal aanwezigen zich bedreigd voelen. Appellante wordt op staande voet ontslagen.

Dit ontslag wordt bij de rechter aangevochten. In eerste aanleg wordt door de werkneemster verzocht dat het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de arbeidsovereenkomst wordt hersteld en verplichte loondoorbetaling moet plaatsvinden. De rechtbank gaat hier niet in mee.

In hoger beroep legt appellante hetzelfde verzoek voor aan het Hof. Ter onderbouwing voert ze onder meer aan dat het ontslag op staande voet onterecht is, omdat haar geen verwijt kan worden gemaakt. Ze zou namelijk ziek zijn en haar ziekte zou zich uiten in woedeaanvallen en oncontroleerbaar gedrag, wat ook door de psychologen wordt bevestigd. Ook zou de werkgever bekend zijn met het gegeven dat appellante klachten ondervond op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren.

Het Hof stelt vast dat het ontslag op staande voet terecht is. Ondanks dat aan appellante geen verwijt kan worden gemaakt, is het wel zo dat de betreffende geweldsexplosie meerdere minuten heeft geduurd. Hierdoor hebben de ter plekke aanwezige medewerkers zich ontzettend onveilig en bedreigd hebben gevoeld. Van de werkgever kan daarom niet worden verlangd dat hij iemand in dienst houdt die een gebleken gevaar vormt voor het bedrijf. Appellante voert nog aan dat ze ruim 11 jaar in dienst is en altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd en dat dit ontslag mogelijk nadelige gevolgen kan hebben. De ernst van haar gedragingen zou hier niets aan moeten afdoen.

Het Hof gaat niet mee in het verzoek van appellante, bekrachtigt het in eerste aanleg gewezen vonnis en veroordeelt appellante in de proceskosten.