ECLI:NL:GHDHA:2021:440 (Hogere straffen voor moordpoging op advocaat)

Hof Den Haag 17 maart 2021, Hogere straffen voor moordpoging op advocaat.
(ECLI:NL:GHDHA:2021:440)

Essentie

Op 26 september 2017 is een advocaat in haar kantoor te Zoetermeer met een mes in het gezicht gesneden door een nog steeds onbekende man, waarbij de twee verdachten intensief hebben meegeholpen.  De aanval was van zodanige ernst dat deze als poging tot moord wordt gezien, waarvoor de mannen eveneens verantwoordelijk worden gehouden door hun actieve betrokkenheid bij de aanval, ongeacht het feit dat ze de advocaat niet zelf hebben gestoken.

Rechtsvraag

In hoeverre zijn de mannen verantwoordelijk te houden voor de aanval, gezien het feit dat de mannen de advocaat niet zelf hebben gestoken? Doordat er sprake is van een aanval met een planmatig karakter, waarbij de verdachten beide actief betrokken waren door de steker naar Zoetermeer te rijden en een voor hun acties een betaling aan te nemen, oordeelt het Hof dat er duidelijk sprake is van medeplegen, met enig gebrek aan contra-indicaties. Het Hof oordeelt zodoende dat de verdachten verantwoordelijk zijn voor de poging tot moord, in de hoedanigheid als medeplegers.

Inhoud

Een vrouwelijke advocaat is op 26 september 2017 in de spreekkamer van haar kantoor te Zoetermeer door een onbekende man in het gezicht gestoken, hetgeen permanent letsel heeft achtergelaten, en haar op het moment zelf in een levensbedreigende situatie heeft gebracht. De twee veroordeelde medeplegers hebben de steker van Amsterdam naar Zoetermeer gechauffeerd, en hebben de steker tevens bijgestaan bij zijn aanval binnen het kantoor, waarbij de verdachten de advocaat echter niet zelf hebben aangevallen. De advocaat kreeg een schadevergoeding van ca. 50.000 euro toegewezen door het Hof, slechts de helft van wat in eerste instantie was gevorderd. De verdachten waren door de rechtbank voor 8 jaar en 8 jaar en drie maanden veroordeeld, echter kwam het Hof tot het oordeel de verdachten voor 9 jaar en 9 jaar en tien maanden gevangenisstraf op te leggen. Deze strafverhoging is te wijten aan het feit dat de verdachten de rechtsstaat in gevaar hebben gebracht door de aanval op een togadrager, waarmee tevens een aanval op de vrijheid van de beroepsbeoefening van andere advocaten is verwezenlijkt.