ECLI:NL:GHDHA:2019:1266 (werkgever aansprakelijk voor ongeval na werktijd?)

Hof Den Haag, 21-05-2019 (werkgever aansprakelijk voor ongeval na werktijd?)
[ECLI:NL:GHDHA:2019:1266]

Essentie
Dit arrest gaat over de vraag of een werkgever (Aldi) aansprakelijk is voor de val van een werkneemster, ook al is zij gevallen na werktijd tijdens het doen van privéboodschappen. De werkneemster stelde Aldi aansprakelijk voor de door haar geleden schade, maar Aldi wees alle aansprakelijkheid af met het argument dat het ongeval plaatsvond na werktijd en tijdens privéwerkzaamheden van de werkneemster.

Rechtsregel
Het Gerechtshof kreeg de vraag of Aldi aansprakelijk was voor de val en de schade van de werkneemster krachtens art. 7:658 lid 2 BW. De vraag werd positief beantwoord. De handelingen die de werkneemster verrichte na werktijd, zijnde het boodschappen doen voor zichzelf alvorens haar werkplek te verlaten, staan zo nauw in relatie tot haar dienstverband bij Aldi en de uitoefening van haar werkzaamheden op de werkplek, dat het ongeval kan worden aangemerkt als een ongeval in uitoefening van haar werkzaamheden. Bovendien heeft de werkgever niet het tegendeel kunnen aantonen. De bewijslast ligt immers bij de werkgever, aldus art. 7:658 lid 2 BW.

Inhoud arrest
Betrokkene (werkneemster) werkt bij de Aldi in Alphen aan den Rijn als caissière. Ze besluit na afloop van haar dienst om boodschappen te doen voor thuis. Daarbij komt betrokkene vervelend ten val op de plek die zijzelf nota bene kort geleden had gedweild omdat een klant iets had laten vallen. Door de val ontwikkelt betrokkene verschillende pijnklachten, met name in haar rug. De pijn was zo erg dat zij niet meer heeft gewerkt voor het einde van haar dienstverband. Betrokkene bezit diverse doktersverklaringen en een brief van haar behandelend fysiotherapeuten waaruit blijkt dat ze last heeft van “aspecifieke nekklachten met een verminderde functie van de diepe nekflexoren, door huisarts gediagnosticeerde kneuzing van ribben, bursitis linker heup, bursitis rechter schouder en distorsie rechter knie” als resultaat van het vallen.

Betrokkene legt de schuld bij haar werkgever neer en vordert een schadevergoeding op grond van art. 7:658 lid 2 BW. De werkgever zegt niet aansprakelijk te zijn voor het incident omdat betrokkene is gevallen ná sluitingstijd en tijdens het doen van privéboodschappen. Volgens de werkgever heeft betrokkene de betreffende artikelen afgerekend voor eigen gebruik, waarna zij is teruggelopen naar de inpaktafel alwaar zij is uitgegleden.

Kortom: hoewel betrokkene na het einde van haar shift en na sluitingstijd boodschappen heeft gedaan – wat de werkgever ook toestaat – betekent dit niet dat de werkgever is verlost van alle verplichtingen. Betrokkene heeft boodschappen gedaan op haar werkplek, weliswaar na afloop van haar dienst, maar vóór het verlaten van de werkplek. Het hof is van mening dat de hiervoor genoemde handelingen zo nauw verbonden zijn met het dienstverband van betrokkene bij Aldi en de uitoefening van haar werkzaamheden op de werkplek die zij nog niet had verlaten, dat het ongeval moet worden aangemerkt als een ongeval in de uitoefening van haar werkzaamheden. Aldi is dus aansprakelijk voor de geleden schade.

Het Gerechtshof veroordeelt Aldi tot het betalen van € 3.000, – aan voorschot op de schade en ruim € 4.000, – aan proceskosten en advocaatkosten.