ECLI:NL:GHDHA:2017:33 (Geld gevonden tussen afval)

Geld gevonden tussen afval, Hof 17 januari 2017
(ECLI:NL:GHDHA:2017:33)

Door Lisanne Roestenberg

Essentie

Het vinden van geld afval op je werk levert niet direct vinderschap op grond van artikel 5:5 BW op.

Rechtsregel

HVC is eigenaar van de printer, maar kan op grond daarvan geen beroep op revindicatie doen, nu het geld geen bestanddeel is geworden van de printer en de eigenaar niet de bedoeling heeft gehad het geld als afval aan HVC aan te bieden.

Blijkens de wetsgeschiedenis is het aan de rechter om de inhoud van het begrip vinder zo nodig nader te bepalen. Nu het hier een verborgen zaak van waarde betreft, is ook artikel 5:13 BW van toepassing. Het enkele feit dat HVC aan de betrokkene werkzaamheden heeft opgedragen waardoor het geld is ontdekt, is niet afdoende om HVC als vinder te beschouwen. Van belang is de aard van het bedrijf en de aard van de werkzaamheden. In dit geval was het onvermijdelijk dat het geld gevonden zou worden. Elke willekeurige medewerker zou dit hebben gevonden. Hierdoor is HVC als vinder aan te merken. Ook op grond hiervan kan HVC geen beroep op revindicatie doen, omdat niet aan de eisen van artikel 5:5 lid 1 BW is voldaan nu HVC geen aangifte van het geld heeft gedaan. De betrokkene dient het geld dus aan HVC te geven zodat die het kan beheren voor de eigenaar. Of aan de vereisten van artikel 5:5 BW zal worden voldaan, waardoor HVC op grond van artikel 5:6 BW kan beschikken over het geld, is in deze procedure niet van belang.

Inhoud arrest

Het bedrijf HVC zamelt afval in via een milieustraat. De betrokkene werkt voor HVC in een hal op het terrein waar de containers uit de milieustraat worden geleegd en de goederen worden gesorteerd. Betrokkene sorteert de elektronische apparatuur. Eind februari / begin maart 2015 vindt de betrokkene in een printer vier enveloppen met ongeveer € 15.000,- erin. Hij geeft € 3.000,- aan een collega en houdt de rest zelf. Op 9 maart 2015 doet de betrokkene toch aangifte van het geldbedrag bij de gemeente en op 12 maart 2015 meldt hij het aan zijn baas. De collega geeft hem het bedrag van € 3.000,- terug. HVC vraagt de betrokkene het geld aan zijn leidinggevende te geven. Dit weigert hij. HVC doet vervolgens aangifte van verduistering in dienstbetrekking, maar het OM ziet af van vervolging.

HVC vordert primair teruggave van het geldbedrag en subsidiair veroordeling van betrokkene tot betaling van het bedrag met rente en vergoeding van de proceskosten. HVC stelt eigenaar van de printer te zijn en daardoor ook van het geld. De betrokkene voert verweer en stelt dat hij op grond van artikel 5:5  BW vinder is van een verloren en onbeheerde zaak.

De rechtbank wijst de vorderingen van HVC af. De eigenaar heeft niet de bedoeling gehad van het geld afstand te doen, waardoor het geld een verloren zaak is. Betrokkene heeft het geld gevonden en gedaan wat van een vinder kan worden verwacht. HVC is geen eigenaar en de betrokkene heeft het geld ook niet namens HVC gevonden, omdat je niet iets namens iemand anders kan vinden.

HVC gaat in hoger beroep en stelt primair dat een beroep op revindicatie kan worden gedaan en subsidiair dat HVC geldt als vinder, omdat de betrokkene de werkzaamheden waarbij hij het geld vond heeft uitgevoerd in opdracht van HVC. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de betrokkene het geld aan HVC af te geven. De proceskosten worden gecompenseerd; ieder draagt zijn eigen kosten, omdat HVC ten onrechte steeds heeft gesteld eigenaar van het geld te zijn.