ECLI:NL:GHARL:2021:159 (Sharleyne)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 januari 2021, Sharleyne
(ECLI:NL:GHARL:2021:159)

Essentie

In dit arrest heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich opnieuw gebogen over de zaak van Helene J., wie in deze zaak veroordeeld is voor het doen of laten vallen van haar achtjarige dochter van de galerij van het flatgebouw.

Rechtsregel

Het Hof is van oordeel dat Helene J. haar dochter opzettelijk van de flat heeft doen of laten vallen, waarna zij is overleden. Voor moord acht het Hof geen bewijs aanwezig omdat de voorbedachte raad mist, maar voor doodslag wel.

Inhoud

Het achtjarige slachtoffer is onderaan de flat gevonden door een getuige. Een buurman heeft verklaard dat hij een doffe knal heeft gehoord en dat de hond van de buren aansloeg en bleef blaffen, waarop hij naar buiten is gelopen. Hij heeft zijn buurman iets verderop in de galerij zien staan, die over de reling aan het kijken was. Getuige heeft aan de buurman gevraagd of hij ook iets had gehoord, waarop de buurman heeft geantwoord dat daar iemand beneden lag. Getuige en zijn buurman zijn naar beneden gegaan, waar ze een jong meisje zagen liggen. Vervolgens hebben zij  een jonge vrouw naar buiten zien lopen. De vrouw liep naar haar auto. Ze keek niet naar haar kind.

Volgens het hof is er geen enkele aanleiding voor een scenario waarin de dood van het meisje aannemelijk kan worden geacht vanuit slaapwandelen of zelfdoding.

Verdachte heeft verklaard dat zij ging slapen en op een gegeven moment wakker is geworden van tocht. Ze gaf aan dat zij haar dochter is gaan zoeken toen ze haar niet op haar slaapkamer aantrof en zegt zelf niet betrokken te zijn geweest bij haar dood. Uit de door het hof als betrouwbaar aangemerkte verklaringen van de bovenbuurman volgt dat hij in de genoemde nacht kort na middernacht naar bed is gegaan om vervolgens dertig tot veertig minuten te mediteren. Tijdens het mediteren heeft hij verdachte en slachtoffer horen spreken, heeft hij enige tijd later een doffe knal gehoord en weer even later hoorde hij iets over de reling gaan.

Het hof stelt vast dat verdachte alleen met slachtoffer in de woning was voorafgaand aan het misdrijf, niet heeft verklaard over het gesprek dat de bovenbuurman tussen moeder en dochter heeft gehoord en dat verdachte onder invloed van alcohol is geweest. Uit de omstandigheid dat het aangetroffen A4-tje met de tekst “ik haat je” door verdachte betiteld is als een afscheidsbriefje van slachtoffer, leidt het hof af dat verdachte niet eerlijk is geweest over wat er daadwerkelijk gebeurd is. Uit het onderzoek is niet gebleken van betrokkenheid van een ander dan verdachte bij het tenlastegelegde en het kan daarom naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat alleen verdachte verantwoordelijk is voor de dood van haar dochter. Het hof acht daarom doodslag wettelijk en overtuigend bewezen en veroordeelt Helene J. tot een gevangenisstraf van 9 jaar en 9 maanden. In de beslissing wordt haar extra zwaar verweten dat zij haar eigen kind, een meisje van net 8 jaar dat haar moeder als verzorgende ouder volledig moest kunnen vertrouwen en recht had op haar bescherming, het recht om te leven heeft ontnomen. Hierdoor heeft verdachte de vader, de grootouders en andere familieleden onherstelbaar veel leed aangedaan.

Ter terechtzitting in hoger beroep is namens de vader een schriftelijke slachtofferverklaring voorgelezen waaruit blijkt hoe groot de impact van het overlijden is op zijn leven. De gewelddadige dood van dit meisje, een jong en levenslustig kind met nog een heel leven voor zich, heeft ook een grote impact gehad buiten het directe verband van de familie, zoals op school- en klasgenootjes en buurtbewoners. De verdachte heeft tot op heden geen enkele verantwoordelijkheid voor haar daad genomen en geen inzicht gegeven in wat zich in die nacht heeft afgespeeld. De verdachte blijft ontkennen iets met het overlijden van slachtoffer te maken te hebben.