ECLI:NL:GHAMS:2021:339 (Ontslag door privé(wan)gedrag)

Gerechtshof Amsterdam, 2 februari 2021,  Kan privé wangedrag gevolgen hebben voor de arbeidsovereenkomst?
(ECLI:NL:GHAMS:2021:339)

Essentie

Mag je als werknemer ontslagen worden wanneer in de privésferen zich een strafbaar feit voor doet? Het uitgangspunt van het hof is dat strafrechtelijke gedragingen die zijn begaan in de privésfeer geen invloed hoeven te hebben op de arbeidsrechtelijke relatie. Toch blijkt uit deze zaak dat dit niet altijd geldt. Hier oordeelt het hof dat er een duidelijke relatie bestond tussen de strafbare gedragingen en het werk van de werknemer. De feiten die zijn gepleegd zijn onverenigbaar met de functie die de werknemer invult.

Rechtsregel

Op grond van artikel 7:669 lid 1 BW mag een werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in lid 3 onderdeel e. In lid 3 zijn de redelijke gronden genoemd waarop een werknemer ontslagen kan worden.

Inhoud

Appellante heeft zich schuldig gemaakt aan het meermaals  bellen van 112 zonder hiervoor een noodzaak te hebben (het doen van valse meldingen). Daarnaast heeft zij haar ex-vriend belaagd en poging gedaan tot afdreiging. Hiermee heeft zij misbruik gemaakt van de zwakte en gevoeligheid voor manipulatie van haar ex-vriend, om op deze manier geld van hem te ontvangen.

Appellante is in dienst van de organisatie Cordaan in de functie van zorgmedewerker voor verstandelijk beperkten. In november 2018 heeft zij voor het onderzoek van de feiten twee nachten op het politiebureau doorgebracht waardoor zij niet op haar werk is verschenen. Zij heeft hiervoor nooit een verklaring gegeven aan haar werkgever. In december heeft het Openbaar Ministerie (hierna: OM) Cordaan per brief op de hoogte gebracht waar hun werknemer van verdacht werd. Het OM doet dit enkel in uitzonderlijke situaties.

Hierop heeft Cordaan om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met appellante verzocht, wegens zodanig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer dat niet in redelijkheid van hen als werkgever kan worden verwacht dat zij de arbeidsovereenkomst willen voortzetten. Subsidiair voeren zij aan dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair wegens omstandigheden die zodanig zijn dat van Cordaan niet in redelijkheid kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit komt overeen met de gronden g, h en e van artikel 7:669 lid 3 BW.

Appellante ontkent dat haar handelen zodanig verwijtbaar is dat Cordaan de arbeidsovereenkomst niet voort kan laten duren. De feiten die zij heeft gepleegd zijn begaan in privésferen en kunnen daarom niet in verband worden gebracht met haar functie als zorgmedewerker. Daarbij had zij ten tijde van het einde van haar dienstverband hoger beroep ingesteld, waardoor de feiten nog niet vaststonden.

Oordeel van het hof

Het hof vindt dat de gedragingen van appellante onverenigbaar zijn met haar werkzaamheden als zorgmedewerker. Daarbij overweegt het hof dat de bewoners van Cordaan met wie appellante te maken heeft gemakkelijk te manipuleren zijn en meer vatbaar zijn voor misbruik. Nu is gebleken dat appellante in staat is om deze gedragingen te verrichten in privésfeer, is er een risico op herhaling van deze gedragingen op haar werk. Daarbij rekent het hof het appellante aan dat zij geen openheid van zaken heeft gegeven over haar afwezigheid in november. Van een goed werkneemster mag verwacht worden dat zij haar werkgever op de hoogte stelt, ook als het om privézaken gaat.

Nu is gekeken naar al het voorgaande is dit zodanig verwijtbaar dat in redelijkheid niet van Cordaan kon worden verwacht de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing lag niet in de rede nu sprake is van verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW.

Het hof is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst terecht is ontbonden.