ECLI:NL:GHAMS:2021:3177 (Ontslag op staande voet wegens het tonen van beelden van seksuele gedragen waarbij een jong kind betrokken is)

Gerechtshof Amsterdam, 19 oktober 2021, Ontslag op staande voet wegens het vertonen van beelden van seksuele gedragingen waarbij een jong kind is betrokken aan collega’s (ECLI:NL:GHAMS:2021:3177)

Essentie

Deze zaak betreft het hoger beroep ingesteld door een werknemer die na een dienstverband van meer dan dertien jaar op staande voet ontslagen is door Lidl. De werknemer had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van medewerker distributiecentrum. Het ontslag op staande voet is het gevolg van meldingen bij de vertrouwenspersoon door collega’s over het gedrag van de werknemer. Uit de meldingen blijkt dat de werknemer afbeeldingen aan collega’s heeft getoond waarop hij te zien was met een vuurwapen en beelden van seksuele gedragingen waarbij een jong kind betrokken was.

Na een gesprek met de werknemer heeft Lidl de werknemer op non-actief gesteld en de politie ingelicht. Een aantal dagen later is de werknemer op staande voet ontslagen. De werknemer vecht bij het hof opnieuw zijn ontslag aan.

Rechtsregel

Het ontslag op staande voet is geregeld in artikel 7:677 lid 1 BW. Hier zijn ook de drie voorwaarden voor deze vorm van opzegging te vinden: er moet sprake zijn van een dringende reden en een onverwijlde opzegging onder mededeling van deze dringende reden. Artikel 7:678 BW noemt vervolgens dringende redenen. De dringende reden leidt ertoe dat niet van de werkgever gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te laten voortduren.

Wanneer de werkgever meerdere redenen voor het ontslag in de ontslagbrief noemt, is van belang dat voor de werknemer duidelijk is dat ieder van deze redenen zelfstandig als dringende reden fungeert en leidt tot een ontslag op staande voet.

Inhoud arrest

In de kern gaat het om de vraag of in deze zaak sprake is van een dringende reden voor ontslag. De werknemer verzoekt (i) een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en (ii) een vergoeding van 11.107,58 euro wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst, een transitievergoeding van 13.548 euro en een billijke vergoeding van 336.467,52 euro.

Het hof wijst, net als de kantonrechter, al deze verzoeken af en wel om het volgende.

Lidl heeft in de ontslagbrief onder andere het tonen van pornografisch materiaal met een kind genoemd. Daarbij heeft Lidl ook in de brief vermeld dat de daarin beschreven feiten en omstandigheden ‘zowel ieder voor zich, als tezamen, en zowel objectief als subjectief een dringende reden in de zin der wet’ waren om de werknemer op staande voet te ontslaan. Uit deze mededeling volgt dat het voor de werknemer duidelijk heeft moeten zijn dat Lidl ook tot het ontslag zou hebben besloten indien slechts deze reden zich zou hebben voorgedaan. Het tonen van deze beeldopnamen vormt dus een zelfstandige dringende reden. Ook gaat het hier niet om privé-gedragingen nu de beelden onder werktijd en op de plek waar de werknemer de werkzaamheden verrichtte werden vertoond aan collega’s.

Vervolgens gaat het hof in op de onverwijldheid van het ontslag. Tussen de meldingen aan de vertrouwenspersoon en het ontslag heeft een periode van ongeveer een maand gezeten. Dit is te verklaren doordat de meldingen aan een vertrouwenspersoon in vertrouwen worden gedaan. Met toestemming van de melders zijn deze melding doorgegeven aan HR. Daarna volgde een onderzoek en gesprekken met drie collega’s. Lidl heeft aan de hand daarvan de werknemer gehoord en opnieuw met de collega’s gesproken. Het hof oordeelt dat Lidl met deze handelswijze de voortvarendheid die art. 7:677 lid 1 BW vereist in acht heeft genomen. Zodra Lidl van de juistheid van de aantijgingen overtuigd was, heeft zij het ontslag gegeven. Het ontslag is daarom onverwijld gegeven.

Ook is Lidl er in geslaagd om de dringende reden te bewijzen, ondanks de ontkenning van de werknemer en het feit dat de politie geen beeldmateriaal op de telefoon van de werknemer heeft aangetroffen. De drie verklaringen van de collega’s, die op hoofdlijnen overeenkomen, bewijzen het tonen van de beelden.

Ten slotte gaat het hof in op de persoonlijke omstandigheden van de werknemer; het dienstverband van ruim dertien jaar, zijn beperkte taalvaardigheid en kansen op de arbeidsmarkt en de ingrijpende gevolgen van het ontslag. Deze omstandigheden leiden echter niet tot een ander oordeel met betrekking tot de gedragingen van de werknemer. Lidl heeft het tonen van de beelden terecht als dusdanig ernstige gedraging aangemerkt dat daarin een dringende reden voor ontslag op staande voet ligt. De werknemer heeft dan ook geen recht op de transitievergoeding, dan wel een andere vergoeding.

Het hof concludeert dat het hoger beroep tevergeefs is ingesteld.