ECLI:NL:GHAMS:2018:166 (Klacht tegen notaris)

Klacht tegen notaris, Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2018
(ECLI:NL:GHAMS:2018:166)

Essentie
Deze tuchtrechtelijke uitspraak ziet op de situatie waarin de door een notaris verleende diensten leiden tot benadeling van derden. De notariskamer volgt in deze zaak de Hoge Raad.

Rechtsregel
De tuchtrechter moet dezelfde maatstaf gebruiken als de civiele rechter in het geval dat een notaris gevraagd wordt een dienst te verlenen die wanprestatie of een onrechtmatige daad jegens een derde tot gevolg kan hebben. Deze maatstaf houdt in dat de notaris zijn medewerking dient te weigeren wanneer op grond van een door hem verricht onderzoek blijkt dat het recht van een derde een beletsel vormt voor de beoogde levering of bezwaring, dan wel aanleiding vormt tot gerede twijfel daarover, tenzij de derde verklaart geen bezwaar te hebben tegen de levering of bezwaring. Zie ECLI:NL:HR:2015:831 (Novitaris).

Inhoud arrest
Uit deze zaak komt naar voren dat de tuchtrechter dezelfde maatstaf moet gebruiken als de civiele rechter in het geval dat een notaris gevraagd wordt een dienst te verlenen die wanprestatie of een onrechtmatige daad jegens een derde tot gevolg kan hebben. De tuchtrechter oordeelde hiervoor – kort gezegd – dat de notaris die ermee bekend is dat zijn dienstverlening wanprestatie of een onrechtmatige daad tot gevolg heeft, zijn dienst in beginsel moet weigeren. De civielrechtelijke maatstaf uit het Novitaris-arrest is minder streng, omdat het de notaris aldus in meerdere gevallen toestaat om zijn dienst te verlenen zonder daarbij onrechtmatig jegens een derde te handelen. De notariskamer volgt dus de Hoge Raad.

De notariskamer acht het onwenselijk dat een strengere tuchtrechtelijke maatstaf en de soepelere civielrechtelijke maatstaf kan leiden tot de situatie de notaris tuchtrechtelijk gehouden is zijn dienst te weigeren, terwijl hij civielrechtelijk vanwege juist deze dienstweigering aansprakelijk kan zijn voor de schade die daardoor ontstaat. Dat belemmert een efficiënt en effectief optreden van de notaris en ordelijk rechtsverkeer. Ook doet de civielrechtelijke maatstaf in tuchtrechtelijk opzicht recht aan de normen die voortvloeien uit art. 93 lid 1, art. 17 lid 1 en art. 21 Wna.