ECLI:NL:GHAMS:2002:AF5771 (Onwaardige kleinzoon)

Onwaardige kleinzoon, 15 augustus 2002
ECLI:NL:GHAMS:2002:AF5771 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl)

Essentie
Erfrecht. Kleinzoon krijgt niets van erfenis oma omdat hij zijn ouders heeft vermoord.

Rechtsregel
De zeer uitzonderlijke situatie in deze zaak is niet door de wetgever voorzien en er zijn zulke bijzondere omstandigheden dat een beroep gedaan kan worden op de redelijkheid en billijkheid. Dit in verband met de algemene regel dat iemand geen voordeel mag hebben bij een opzettelijk veroorzaakte dood van een ander. Als de kleinzoon een gedeelte van de erfenis zou krijgen, levert dat in dit geval een onaanvaardbaar resultaat op.

Inhoud arrest
Het gaat in deze zaak om een familie, bestaande uit een vrouw (hierna: oma), die twee dochters (hierna: eiseressen) en een zoon heeft. De zoon is getrouwd, woont in Australië en heeft zelf ook weer een zoon (hierna: kleinzoon).

De kleinzoon vermoordt op 9 juli 1989 zijn ouders op gewelddadige wijze om de opbrengst van de levensverzekering te kunnen krijgen en wordt op 28 maart 1991 in Australië tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

De oma overlijdt op 27 juli 1999. In haar testament, dat zij heeft opgemaakt op 25 mei 1992, staat dat zij haar kleinzoon uitsluit van de nalatenschap – omdat hij zijn ouders heeft vermoord – en dat zij haar dochters benoemt tot enige erfgenamen.

De kleinzoon doet bij brief van 12 juli 2000 een beroep op de legitieme portie in de nalatenschap van zijn oma.

Eiseressen vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat de kleinzoon geen legitieme portie krijgt, omdat zijn onwaardigheid eraan in de weg staat dat hij erft in plaats van zijn vader, nu dit komt door wat hij heeft gedaan.

Subsidiair vorderen de eiseressen dat de rechtbank voor recht verklaart dat hij geen legitieme portie krijgt omdat dit in de zeer uitzonderlijke omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zozeer indruist tegen het doel en de strekking van de wet dat dit een onaanvaardbaar rechtsgevolg oplevert.

Eiseressen leggen hieraan ten grondslag dat de oma hem expliciet heeft uitgesloten vanwege de moord op zijn ouders. In artikel 4:885 BW wordt alleen de onwaardigheid in een directe relatie geregeld, maar het zou in strijd met het doel en de strekking van de wet zijn als de kleinzoon nu een deel kan erven.

De kleinzoon dient een verweerschrift in en stelt dat hij een rechtsgeldige aanspraak heeft op zijn legitieme portie. Artikel 4:885 BW geldt niet in deze situatie, nu hij zijn oma niet heeft vermoord. Daarnaast heeft hij op grond van de Australische wet niet van zijn ouders geërfd, waarmee het resultaat van onwaardigheid al is bereikt.

De rechtbank wijst de primaire vordering af, omdat vaststaat dat de kleinzoon zijn oma niet heeft vermoord. Hierdoor kan geen beroep worden gedaan op artikel 4:885 BW. Verder verklaart de rechtbank voor recht dat de kleinzoon zijn aanspraak op een legitieme portie wordt ontzegd. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat de kleinzoon helemaal niet van zijn oma kon erven als hij zijn ouders niet had vermoord en dat de oma hem expliciet had uitgesloten om deze reden. De kleinzoon wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

De kleinzoon gaat in hoger beroep. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.