ECLI:NL:GHAMS:1980:AB7579 (Lingeziekenhuis)

Lingeziekenhuis, 1 mei 1980
(ECLI:NL:GHAMS:1980:AB7579, Ondernemingskamer, niet gepubliceerd op rechtspraak.nl)

Essentie
Vanwege het ontbreken van een (gunstig) advies van de OR heeft de ondernemer niet mogen beslissen het Lingeziekenhuis te sluiten.

Rechtsregel
De brief aan het Ministerie van Volksgezondheid bevat een besluit over de toekomst van het Lingeziekenhuis, namelijk dat deze op korte termijn zal worden gesloten. Deze brief is een besluit in de zin van artikel 25 lid 1 sub c WOR, waardoor er beroep bij de Ondernemingskamer openstaat. Voor een besluit tot sluiting is een gunstig advies van de OR nodig voordat zo’n besluit mag worden genomen.

De Ondernemingskamer meent dat de ondernemer in redelijkheid niet tot het besluit tot sluiting heeft kunnen komen, nu hiervoor nodig is dat de OR tijdig om advies wordt gevraagd, zodat dit advies nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Nu de ondernemer op een te laat moment advies heeft gevraagd, heeft hij geen kennis kunnen nemen van dit advies, waardoor het besluit op onjuiste wijze is genomen.

Inhoud arrest
Stichting Ziekenhuis (hierna: de ondernemer) is eigenaar van het Lingeziekenhuis. Er staat in de buurt nog een tweede ziekenhuis, waarvan een ander bedrijf eigenaar is. De besturen van dit bedrijf en de ondernemer geven op 30 juni 1975 een intentieverklaring af, waaruit blijkt dat zij gaan samenwerken en een nieuw ziekenhuis zal worden gebouwd.

Er zal één nieuw bestuur en medische staf komen voor beide bestaande ziekenhuizen. De ondernemer maakt deel uit van dit nieuwe bestuur. Tot die tijd blijven beide bestaande besturen werken en vindt samenwerking plaats via een gemeenschappelijk orgaan. Voor de samenwerking wordt een nieuwe stichting opgericht: Stichting O.-Ziekenhuizen G. en L. (hierna: SOOZ).

De bedoeling is dat het nieuwe ziekenhuis uiteindelijk de twee bestaande ziekenhuizen gaat vervangen en dat de twee ziekenhuizen open blijven tot het nieuwe ziekenhuis klaar is. In de voortgangsnota van het gemeenschappelijk orgaan staat echter dat het niet goed gaat met het Lingeziekenhuis. Er zijn daarom twee opties: ze gaan proberen de problemen van het Lingeziekenhuis op te lossen óf alle patiënten en personeel worden overgebracht naar het andere bestaande ziekenhuis en het Lingeziekenhuis wordt verbouwd tot verpleeghuis. De SOOZ wil de tweede optie.

Op 13 december 1979 wordt een OR-vergadering gehouden, waarin deze optie wordt medegedeeld. De OR laat de ondernemer op 9 januari 1980 weten dat zij het er niet mee eens is dat ze alleen wordt geïnformeerd als er al een besluit is genomen en dat zij besluit het volgens artikel 25 WOR vereiste gunstig advies niet af te geven.

Op 12 januari 1980 vindt er overleg plaats tussen de ondernemer en de OR. Dit leidt niet tot een wijziging van het standpunt van de OR. De SOOZ stuurt toch een brief naar het Ministerie van Volksgezondheid waarin om diens oordeel wordt gevraagd. Hier blijkt ook uit dat de SOOZ de tweede optie gaat uitvoeren (het Lingeziekenhuis wordt gesloten).

Op 13 februari 1980 dient de OR een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam. De OR verzoekt te verklaren voor recht dat de ondernemer bij de afwegingen van de betrokken belangen niet tot dit besluit had kunnen komen. De OR verzoekt de ondernemer en de bestuursleden van het tweede ziekenhuis te veroordelen om het besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken en met name aan het Ministerie van Volksgezondheid te laten weten dat de brief van 14 januari 1980 niet wordt gehandhaafd en de ondernemer te verbieden om de genomen besluiten uit te voeren. De OR verzoekt voor dit laatste een dwangsom op te leggen van fl. 10.000,- voor iedere dag dat ze dat wel doen.

De ondernemer dient een verweerschrift in.

De Ondernemerskamer verklaart de OR ten eerste niet-ontvankelijk in het verzoek met betrekking tot de bestuursleden van het andere ziekenhuis. Verder verklaart de Ondernemerskamer dat de ondernemer bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om het Lingeziekenhuis op korte termijn te sluiten. Dit besluit moet de ondernemer dan ook intrekken en hij mag ook niets doen om dit besluit uit te voeren. De ondernemer wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Reacties

reacties