ECLI:EU:T:2021:252 (Amazon ontvangt geen staatssteun middels Luxemburgse tax ruling)

Gerecht EU, 12 mei 2021, Amazon ontvangt geen staatssteun middels Luxemburgse tax ruling
(ECLI:EU:T:2021:252)

Essentie

In deze uitspraak gaat de Europese rechter in op de vraag of Amazon (verboden) staatssteun heeft verkregen in Luxemburg na de afgifte van een tax ruling.

Rechtsregel

De Europese Commissie heeft niet bewezen dat door de tax ruling minder belasting is betaald dan Amazon normaliter zou moeten betalen zonder tax ruling. Aangezien geen (belasting)voordeel is verkregen, kan ook geen sprake zijn van staatssteun voor Amazon.

Inhoud uitspraak

Sinds 2006 verricht de US Amazon-groep commerciële activiteiten in Europa middels twee bedrijven in Luxemburg. De US Amazon-groep heeft het volledige belang in een Luxemburgse holding. Deze wordt in Luxemburg als transparant gezien en kan daar dus niet belastingplichtig zijn. De holding houdt vervolgens het volledige belang in het Luxemburgse dochterbedrijf Amazon EU Sarl. De dochter is het bedrijf dat daadwerkelijk de activiteiten verricht binnen Europa. Tussen 2006 en 2014 bezit de holding het intellectuele eigendomsrecht (hierna: de IP-rechten) dat nodig is om voor Amazon activiteiten te verrichten binnen Europa. Hiervoor heeft de holding licentie- en opdrachtovereenkomsten afgesloten met de US Amazon-groep. De holding verkrijgt hiermee rechten met betrekking tot onder andere de merknaam, de data van klanten en ontwikkelde technologieën van Amazon. De holding heeft vervolgens weer een (sub)licentie afgesloten met haar dochterbedrijf Amazon EU Sarl voor het gebruik van de IP-rechten binnen Europa. De dochter betaalt hiervoor royalty’s aan de holding.

Amazon heeft contact opgenomen met de Luxemburgse belastingautoriteiten voor een tax ruling.[1] Luxemburg heeft in 2003 een ‘group tax ruling’ afgegeven aan Amazon. Hierin is zekerheid vooraf gevraagd voor de Luxemburgse winstbelasting. Hierin is bevestigd dat i) de holding niet belastingplichtig is in Luxemburg voor de ontvangen royalty’s, omdat de holding transparant is, en ii) dat de IP-rechten bij de holding horen. Hierbij is ook een transfer pricing methode opgenomen om de zakelijke verrekenprijs te berekenen voor de royaltybetalingen. Die royalty’s zijn aftrekbaar bij Amazon EU Sarl.

Volgens de Europese Commissie (hierna: EC) leidt de – in haar ogen – gunstige ruling tot verboden staatssteun van 250 miljoen euro. Primair vindt de EC dat de IP-rechten in de ruling bij de dochter gebracht moesten worden. De holding zou namelijk geen werknemers en onvoldoende fysieke aanwezigheid hebben in Luxemburg. De EC stelt ook dat de holding geen functie van betekenis verricht. De EC vindt dat de dochter de relevante activiteiten verricht binnen Europa en dat daarom de IP-rechten daartoe behoren. Dit zou betekenen dat de royaltybetalingen niet aftrekbaar zijn bij de dochter. Secundair stelt de EC dat, als de IP-rechten wel bij de dochter horen, de afgesproken royaltybetalingen te hoog zijn en de gehanteerde transfer pricing methode (de TNMM) niet de juiste is.

Het Europese Gerecht stelt voorop dat een voordeel alleen verkregen kan zijn als ten opzichte van een ‘normale situatie’ een belastingvoordeel is verkregen. Om te spreken van staatssteun moet dus onderzocht worden of Amazon middels de ruling minder belasting heeft betaald dan normaal betaald had moeten zijn in Luxemburg. De EC kan dus niet slechts stellen dat fouten zijn gemaakt in de ruling. Zij moet ook bewijzen dat deze fouten in de ruling leiden tot een lager te betalen belasting. De EC heeft dus een zware en moeilijke bewijslast.

Vervolgens oordeelt het Gerecht dat de genoemde argumenten en analyse van de EC niet juist en/of onvolledig zijn. Primair oordeelt het Gerecht dat de holding wel functies verricht en risico’s draagt. Het (sub)licenseren van de IP-rechten aan Amazon EU Sarl is volgens het Gerecht een actieve (exploitatie)functie. Dit betekent dat de IP-rechten wel bij de holding horen. Secundair oordeelt het Gerecht dat de EC onvoldoende heeft onderbouwd dat de zakelijke prijs verkeerd is. De EC heeft niet alle relevante risico, functies en feiten meegenomen in haar analyse om de juiste prijs en transfer pricing methode te bepalen.

Het Gerecht oordeelt dan ook dat niet bewezen is dat met de ruling een belastingvoordeel is verkregen door Amazon. Amazon heeft dus geen staatssteun ontvangen middels de ruling. De EC heeft ongelijk gekregen en kan in deze zaak niet voldoen aan de zware bewijslast. De EC kan nog beroep aantekenen tegen de uitspraak van het Gerecht, zodat het Europese Hof van Justitie zich over de zaak moet buigen.

[1] Een tax ruling geeft zekerheid vooraf over de gevolgen van bepaalde transacties of bedrijfsstructuren. Het is dus niet per se zo dat een bedrijf een belastingvoordeel verkrijgt. Het bedrijf krijgt slechts zekerheid over hoe het belastingrecht juist moet worden toegepast. De Europese Commissie kan echter onderzoeken middels het staatssteunregime of landen mogelijk toch niet te gunstige afspraken met bedrijven maken, om zo grote multinationals te lokken naar hun land.