ECLI:EU:C:1988:421 (Deense Flessen)

Hof van Justitie, 20 september 1988, invoering verplicht statiegeld- en retoursysteem Denemarken.
(ECLI:EU:C:1988:421)

Essentie

De Commissie betoogt dat de Deense regering art. 30 van het EEG-Verdrag (hierna: art. 30 VWEU) heeft geschonden, door een verplicht statiegeld- en retoursysteem in te voeren en toe te passen. Het Hof oordeelt dat wanneer 1) de belemmerende maatregel evenredig is met het doel, 2) deze maatregel noodzakelijk is voor het behalen van dat doel, en 3) het doel zelf niet onevenredig is met een ander belang, dit een gerechtvaardigde beperking kan vormen op het toepassen van art. 30 VWEU.
In dit geval vormt de bescherming van het milieu een dusdanig dwingend vereiste dat de toepassing van art. 30 VWEU beperkt kan worden.

Rechtsregel

  1. Een belemmering van het vrije verkeer in de EU kan worden aanvaard, wanneer deze zonder onderscheid van toepassing is op nationale en internationale producten. Ook moet de belemmering evenredig zijn aan het beoogde doel, het vrije handelsverkeer moet hierbij zo min mogelijk belemmerd worden.
  2. Alle belemmeringen die de regeling oplegt aan het vrije verkeer moeten noodzakelijk zijn voor het behalen van het beoogde doel.
    Voor maatregelen van milieubescherming moet worden nagegaan dat er niet meer beperkingen dan noodzakelijk met de belemmeringen mee worden genomen.
  3. De doelstelling zelf moet evenredig zijn met andere algemene belangen binnen de EU.

Inhoud arrest

Op 1 december 1986 heeft de Commissie betoogd dat het verplichte statiegeld- en retoursysteem van de Deense regering in strijd zou zijn met art. 30 VWEU, waarin het vrije verkeer van goederen in de EU vastgesteld staat.

Het idee van de verplichting is dat producenten alleen verpakkingen op de markt mogen brengen die opnieuw kunnen worden gebruikt. Deze verpakkingen worden gecontroleerd door het Nationaal bureau voor milieubescherming, dat controleert of de verpakkingen geschikt zijn voor een retoursysteem.

Op 16 maart 1984 werd deze regeling gewijzigd. Hiermee konden ook niet-goedgekeurde verpakkingen op de markt gebracht worden, mits hiervoor een statiegeld- en retoursysteem werd opgezet. Hiervoor stelde de Deense regering wel een maximum, namelijk van 3000 hl per producent.

Of deze maatregel in strijd is met het vrije verkeer van goederen, toetst het Hof op drie manieren:

  1. De belemmering dient zonder onderscheid van toepassing te zijn op nationale en internationale producten. Er mag dus geen verschil zitten in verpakkingen die in Denemarken zelf zijn geproduceerd en verpakkingen die vanuit het buitenland ge√Įmporteerd worden.
    Daarnaast moet het vrije verkeer zo min mogelijk belemmerd worden, dus moet de Deense regering kiezen voor de minst belemmerende optie. Deze optie mag daarbij ook niet zwaarder wegen dan het beoogde doel.
  2. Alle maatregelen die worden opgelegd moeten noodzakelijk zijn voor het behalen van het doel. Er mogen dus geen extra maatregelen worden opgelegd, wanneer deze eigenlijk niet helemaal nodig zijn voor het behalen van het doel.
  3. Ook de doelstelling zelf wordt getoetst. Het doel, in dit geval de milieubescherming, mag niet onevenredig zijn met andere belangen met betrekking tot het vrije verkeer van goederen.

Het Hof oordeelt allereerst dat de belemmerende maatregel van het verplichte statiegeld- en retoursysteem een dusdanig dwingend doel heeft, namelijk de milieubescherming, dat deze gerechtvaardigd kan worden als beperking van art. 30 VWEU.

Wat betreft de wijziging van de regeling, is het toestaan van niet-goedgekeurde verpakkingen, mits hiervoor een statiegeld- en retoursysteem wordt opgezet, volgens het Hof ook evenredig met het beoogde doel. Het door de Deense regering gestelde maximum van 3000 hl per producent is dit echter niet. Omdat het toestaan van ook niet-goedgekeurde producten de milieubescherming bevordert, zou het niet logisch zijn hier maximum op te zetten. Het maximum zou de milieubescherming namelijk  juist niet bevorderen.

Het verplichte statiegeld- en retoursysteem voor goedgekeurde en niet-goedgekeurde verpakkingen blijft in stand, zonder het maximum op niet-goedgekeurde verpakkingen.