ECLI:NL:RBDHA:2021:10092 (Vordering versoepeling coronamaatregelen voor nachtleven afgewezen)

Rb. Den Haag, 17 september 2021, Vordering versoepeling coronamaatregelen voor nachtleven afgewezen. (ECLI:NL:RBDHA:2021:10092)

Essentie

De Haagse rechtbank heeft op 17 september jl.  de vordering van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) afgewezen, hetgeen behelsde dat de versoepelende coronamaatregelen niet enkel diens toepassing kende op de standaard horeca, evenementen, bioscopen, et cetera, maar ook op het nachtleven, waaronder discotheken en nachtclubs. De rechtbank Den Haag stelt hetzelfde vast als de Staat, namelijk dat het besluitvormingsproces omtrent de versoepelingen van 25 september 2021 die in de zaak aanhangig waren nog niet volledig waren afgerond, waardoor de rechter zodoende geen uitspraak kon doen.

Rechtsvraag

In hoeverre is de rechter bevoegd een inhoudelijk uitspraak te doen betreffende het gevorderde, gezien het feit dat het besluitvormingsproces volgens de Staat nog niet volledig is afgerond, hetgeen de rechter zelf ook heeft beaamd in diens vonnis. Uit het vonnis blijkt dat de rechter de zijde van de Staat kiest, voornamelijk door het feit dat er juridisch geen mogelijkheid is om een inhoudelijke uitspraak te doen, zonder op de stoel van de wetgever te gaan zitten. De ministeriële regeling inhoudende de versoepeling moest krachten art. 58b, lid 2 en 3 Wpg nog goedkeuring genieten van het parlement, alvorens de ruimte ontstond voor de rechter om een inhoudelijk oordeel te geven.

Inhoud

De rechtbank Den Haag heeft de vordering van Koninklijk Horeca Nederland afgewezen, waarin zij eisen dat de versoepelende maatregelen met betrekking tot corona ook gelden voor het nachtleven. De rechter kiest de zijde van de Staat in deze zaak, aangezien deze geen inhoudelijk oordeel kan geven, zonder op de stoel van de wetgever te gaan zitten, hetgeen verboden is krachten de Grondwet. Verder waren de adviezen benodigd van onder andere  het Outbreak Management Team (OMT), het Bestuurlijk afstemmingsoverleg infectieziektebestrijding (BAO) en aan de hand van een Sociaal Maatschappelijk Economische Reflectie. Krachtens artikel 58b, lid 2 en 3, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) moet de betreffende ministeriële regeling daarnaast nog voorgelegd worden aan het parlement, alvorens de rechter een inhoudelijk beslissing kan maken. Er was dus geen ruimte voor de rechter om te oordelen over de inhoudelijke kwaliteiten van de zaak zonder op de stoel van de wetgever te gaan zitten, zodoende was de vordering afgewezen van Koninklijk Horeca Nederland (KHN).