ECLI:NL:HR:1998:AA2610 (Psychiater)

Hoge Raad 2 december 1998 (Psychiater)
(ECLI:NL:HR:1998:AA2610)

Essentie

In dit bekende fiscale standaardarrest heeft een ondernemer schadevergoedingen betaald en advocaatkosten gemaakt, omdat hij seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoonde tijdens zijn werkzaamheden als psychiater. De Hoge Raad gaat in op de vraag of dit ‘zakelijke kosten’ zijn en derhalve aftrekbaar zijn voor zijn onderneming in box 1.

Rechtsregel

Indien een arts in de uitoefening van zijn beroep schade toebrengt aan een bij hem in behandeling zijnde patiënt en vervolgens schadeplichtig is jegens die patiënt, zal in de regel ervan moeten worden uitgegaan dat schadeplichtigheid aftrekbare zakelijke kosten van de onderneming zijn. De schadevergoeding en eventuele advocaatkosten zijn niet aftrekbaar als het toebrengen van die schade in de privésfeer ligt.

Inhoud arrest

Belanghebbende is een psychiater. Hij heeft tijdens zijn werkzaamheden seksuele relaties gehad met patiënten, waarmee hij tijdens zijn beroepsuitoefening in contact was gekomen. In het kader van dit grensoverschrijdende gedrag is hij (i) verplicht gesteld tot het betalen van schadevergoedingen en (ii) heeft hij advocaatkosten gemaakt om deze geschillen met de patiënten af te wikkelen. In cassatie is in geschil in hoeverre de advocaatkosten en de te betalen schadevergoedingen aftrekbaar zijn van de winst uit de onderneming van de psychiater in box 1.

De Hoge Raad overweegt dat de seksuele relaties weliswaar voortvloeiden uit de behandeling in zijn beroepsuitoefening, maar het aangaan van dergelijke relaties zelf niet als een medische behandeling moet worden gezien. Bij het aangaan van die relaties heeft de psychiater niet als ondernemer of in het belang van zijn onderneming gehandeld. Hij deed dit namelijk uitsluitend uit ‘eigen behoeftebevrediging’.

Indien een arts in de uitoefening van zijn beroep schade toebrengt aan een bij hem in behandeling zijnde patiënt en vervolgens schadeplichtig is jegens die patiënt, zal in de regel ervan moeten worden uitgegaan dat schadeplichtigheid (en eventuele advocaatkosten hiervoor) zakelijke kosten van de onderneming zijn. Dit is volgens de Hoge Raad slechts anders indien het toebrengen van die schade in de privésfeer ligt.

De Hoge Raad oordeelt dat de schadevergoedingen en de daarmee samenhangende advocaatkosten niet mogen worden gerekend tot de kosten van de onderneming van de psychiater, omdat de feitenrechter heeft geoordeeld dat deze betrekking hadden op de privésfeer. Zijn onrechtmatig handelen en de schadeplichtigheid liggen te veel buiten de normale uitoefening van zijn beroep. Ook de beweegredenen voor het aangaan van deze relaties waren van persoonlijke aard. Hierbij is niet van belang dat de psychiater door de uitoefening van zijn beroep in staat is gesteld tot zijn onrechtmatig handelen. De schadevergoedingen en de advocaatkosten zijn derhalve geen zakelijke kosten en dus niet aftrekbaar van de winst uit onderneming in box 1.