ECLI:NL:RBDHA:2022:3234 (Werkgever kan niet terecht bij het UWV en cao-ontslagcommissie)

Rechtbank Den Haag 31 maart 2022, Werkgever kan nergens terecht voor toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst (a-grond)
(ECLI:NL:RBDHA:2022:3234)

Essentie

Werknemer is sinds 1998 in dienst van NN Personeel B.V. (NN). In 2018 komt zijn functie te vervallen in het kader van een reorganisatie. NN heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van de cao-ontslagcommissie. Deze opzegging werd ingetrokken omdat de werknemer niet binnen vier weken zou herstellen van ziekte. Nadat de werknemer is hersteld, heeft NN opnieuw toestemming van de cao-ontslagcommissie gekregen voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft deze toestemming succesvol aangevochten bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de cao-ontslagcommissie niet bevoegd was tot het verlenen van de toestemming. NN heeft vervolgens toestemming gevraagd aan het UWV. Het UWV heeft zich niet-bevoegd verklaard.

Omdat NN nu bij beide loketten niet terecht kan, valt zij tussen wal en schip. NN verzoekt de kantonrechter om te verklaren dat het UWV bevoegd is om toestemming te verlenen of om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de a-grond.

Rechtsregel

Werkgevers hebben als ondernemers een bepaalde beleidsvrijheid om de organisatie op een andere wijze in te richten. Wanneer daarbij functies boventallig worden verklaard, kunnen arbeidsovereenkomsten opgezegd worden op basis van de a-grond (bedrijfseconomische redenen). Voor deze opzegging heeft de werkgever toestemming van het UWV nodig. Indien een onafhankelijke cao-ontslagcommissie is ingesteld, is niet het UWV maar de commissie bevoegd om de toestemming voor de opzegging te verlenen. De gebondenheid van werknemers aan het oordeel van de cao-ontslagcommissie is afhankelijk van de vraag of zij gebonden zijn aan de cao.

Wanneer de werknemer niet gebonden is aan het oordeel van de cao-ontslagcommissie en het UWV zich niet bevoegd verklaart, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzeggen. De kantonrechter oordeelt dat een forum beschikbaar moet zijn om het ontslag te toetsen en dat de werkgever in dit geval ontvankelijk is in haar ontbindingsverzoek bij de kantonrechter.

Inhoud uitspraak

Allereerst onderzoekt de kantonrechter of het UWV zich terecht onbevoegd heeft verklaard ten aanzien van het ontslagverzoek. Daarbij moet gekeken worden naar de bijzondere en specifieke feiten en omstandigheden van dit geval. Omdat de beschikking van de kantonrechter, waarin de cao-ontslagcommissie niet bevoegd is verklaard, (nog) niet vernietigd is in hoger beroep, moet de kantonrechter in deze zaak uitgaan van de gevolgen van die beslissing. Het UWV heeft zich niet bevoegd verklaard vanwege het feit dat NN een onafhankelijke cao-ontslagcommissie heeft ingesteld. Dit leidt ertoe dat NN nergens terecht kan in verband met de toetsing van het ontslag.

Als het hof de beschikking van de kantonrechter in stand houdt, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet anders beëindigen dan met een beëindigingsovereenkomst. De kantonrechter is daarom van oordeel dat NN geen misbruik van recht maakt door deze zaak voor te leggen aan de kantonrechter.

Ook gaat de kantonrechter in op het feit dat NN deze situatie had kunnen voorkomen door een incorporatiebeding overeen te komen. Dit neemt echter niet weg dat NN bij een bevoegd forum terecht moet kunnen om een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen te kunnen afdwingen. NN kan daarom worden ontvangen in haar ontbindingsverzoek. De verklaring voor recht ten aanzien van de (on)bevoegdheid van het UWV wordt afgewezen.

Vervolgens toetst de kantonrechter het ontbindingsverzoek. NN heeft voldoende onderbouwd dat de werkzaamheden van de werknemer zijn komen te vervallen. Ook is de functie niet uitwisselbaar met enige andere functie, zodat van afspiegeling geen sprake is geweest. Er is sprake van een redelijke grond voor ontbinding (de a-grond). De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe. Wel gaat het om een ontbinding ‘voor zover nog vereist’, omdat het hof in de hogerberoepsprocedure nog kan beslissen dat de cao-ontslagcommissie wel bevoegd was en de arbeidsovereenkomst derhalve al beëindigd is.