ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluik)

Kelderluik-arrest, HR 5 november 1965, NJ 1966, 136
(ECLI:NL:HR:1965:AB7079)

Essentie
Aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld of een handelen of een nalaten een onrechtmatige daad als bedoeld in art. 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek oplevert. In het onderhavige arrest gaat het om het in het leven roepen van een situatie, welke voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid, gevaarlijk is (‘gevaarzetting’). In dit arrest schetst de Hoge Raad de maatstaven die van belang zijn bij de beoordeling of er sprake is van een gevaarzettende situatie en daarmee een onrechtmatige daad.

Rechtsregel
Gevaarzetting is het scheppen of laten voortduren van een gevaarlijke situatie. Van onrechtmatigheid is slechts sprake wanneer de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van het gevaarzettend gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gevaarscheppend gedrag had moeten onthouden. Voor de beoordeling daarvan dient gekeken te worden naar de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen.

Inhoud arrest
Sjouwerman, een medewerker van de Coca-Cola Corporation, heeft in februari 1961 bij het afleveren van frisdrank aan café De Munt in Amsterdam, een kelderluik open laten staan. Mathieu Duchateau die het café bezocht, viel op weg naar het toilet in het kelderluik en liep daarbij ernstige verwondingen op. Op grond van dit voorval heeft Duchateau vergoeding van de door hem geleden schade gevorderd. De rechtsvraag die in dit kader centraal staat, luidt als volgt. Is Sjouwerman aansprakelijk jegens Duchateau op grond van onrechtmatige daad, en aan welke criteria dient dit getoetst te worden?

De rechtbank oordeelde dat het ongeval in dit geval aan Duchateau zelf te wijten was. Hij had namelijk beter op moeten letten toen hij naar het toilet liep. Het hof is echter van mening dat de aansprakelijkheid bij Coca-Cola ligt. Sjouwerman heeft onzorgvuldig gehandeld door het kelderluik open te laten, terwijl hij ook rekening had moeten houden met niet oplettende bezoekers. Voorts heeft hij niet voldoende maatregelen getroffen om de toegang tot de toiletten geheel af te sluiten. Hij heeft daarom onrechtmatig gehandeld. Duchateau moet evenwel 50% van de schade zelf dragen wegens eigen schuld. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. De Hoge Raad hanteert vier criteria die van belang zijn bij de beoordeling van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad bij gevaarzetting.

  1. Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid worden geacht? (in dit geval: Hoe waarschijnlijk is het dat iemand het geopende kelderluik in het café over het hoofd ziet?)
  2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan? (in dit geval: Hoe groot is de kans dat iemand die het geopende kelderluik over het hoofd ziet, er werkelijk invalt en letsel oploopt?)
  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? (in dit geval: Hoe ernstig kan het letsel zijn ten gevolge van een val in het kelderluik?)
  4. Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen? (in dit geval: Hoeveel werk of kosten zijn er gemoeid met het sluiten van het luik of het aanbrengen van een beveiliging, bijvoorbeeld door er stoelen voor te zetten?).

In het onderhavige geval heeft Sjouwerman, door in de doorgang naar het toilet van een café een kelderluik te openen voor bezoekers die aan hun omgeving niet hun volledige aandacht zouden besteden, een ernstig gevaar geschapen, hetwelk hij met eenvoudige middelen had kunnen voorkomen. Door aan Sjouwerman te verwijten dat hij met de mogelijkheid van zodanige onoplettendheid geen rekening heeft gehouden, en met oog daarop heeft nagelaten zekere maatregelen te treffen, heeft het hof de maatstaven die voor de beoordeling van de schuld van Sjouwerman aan het overkomen ongeval moeten worden aangelegd, niet miskend. In casu is er aldus sprake van een onrechtmatige daad door Sjouwerman jegens Duchateau. Duchateau moet echter de helft van schade zelf dragen wegens eigen schuld.