2020-77 (Feyenoord discrimineerde een stagiair wegens medische aandoening)

College voor de rechten van de mens, 1 september 2020, Feyenoord discrimineerde een stagiair wegens medische aandoening
2020-77

Essentie

Nadat  verzoekster aangenomen was bij Feyenoord voor een stageplaats voor naschoolse sport- en onderwijsprojecten voor kinderen met een leerachterstand, vertelde ze op haar eerste werkdag dat ze aan epilepsie lijdt. De stagebegeleider waaraan ze dit vertelde informeert de stagecoördinator hierover en deze laatste beëindigd per direct de stage van verzoekster. Verzoekster stelt dat er sprake is van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Feyenoord betwist dit en meent dat er sprake is van een vertrouwensbreuk door het feit dat verzoekster niet tijdens de sollicitatieprocedure haar medische aandoening te berde had gebracht.

Rechtsregel

De vraag in deze zaak is in hoeverre er sprake is van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte, ofwel verzoeksters klacht gegrond is. Anderzijds is de vraag of er sprake is van een vertrouwensbreuk, doordat verzoekster de voetbalclub niet heeft voorgelicht over haar epilepsie tijdens het sollicitatiegesprek.

Inhoud

Een vrouw was als stagiair door de voetbalclub Feyenoord Rotterdam N.V. aangenomen om te assisteren bij naschoolse sport- en onderwijsprojecten voor kinderen met een leerachterstand. Op haar eerste werkdag verteld ze de stagebegeleider dat ze aan epilepsie lijdt. Haar stage werd per direct beëindigd toen de stagecoördinator hiervan op de hoogte werd gesteld door de stagebegeleider. De vrouw meent dat er sprake is van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte, Feyenoord betwist dit. De voetbalclub stelt dat er sprake is van een vertrouwensbreuk doordat de vrouw niet eerder in de sollicitatieprocedure had verteld dat ze aan epilepsie lijdt. Daar voegt Feyenoord aan toe dat de vrouw haar epilepsie een veiligheidsrisico is en ze dus de kinderen in gevaar heeft gebracht door haar aandoening niet eerder toe te lichten.

Feyenoord moet bewijzen dat er geen sprake is van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte, hetgeen volgens het College niet afdoende is gedaan. De stagecoördinator heeft namelijk niet met de vrouw gesproken over de situatie, enkel met de stagebegeleider. Hierdoor heeft de voetbalclub geen volledig beeld kunnen vormen. Inzake het veiligheidsrisico is dit feit ook van belang, mede omdat er altijd een verantwoordelijke van de club aanwezige is bij de groep kinderen. Ook is het aan de club om alternatieve methoden te onderzoeken om een doeltreffende aanpassing te verrichten, teneinde gevaar voor de kinderen weg te nemen, echter is dit niet gebeurt.

Kortom oordeelt het College dat Feyenoord niet voldoende bewijs heeft geleverd en de club dus wel degelijk heeft gediscrimineerd door de stage te beëindigen.