Ziekenhuizen, geen interessante investering.

Een onmisbaar bouwwerk in de skyline die zich over de horizon van onze levensloop strekt. Beeld het je in. Je levenspad, levensweg, je eigen tijdlijn bestaande uit gebouwen. De basisschool, het ouderlijk huis, de middelbare school, een hogeschool of universiteit, het kantoor op de Zuidas van je werkgever, een bejaardenhuis voor je laatste dagen, maar ook een ziekenhuis. De plek waar je hoogstwaarschijnlijk bent geboren. Waar je naartoe ging als je ziek was, de plek waar je afscheid hebt genomen van geliefden, de plek waar je nieuw leven verwelkomde. Meestal het begin, vaak het einde, maar altijd een onmisbaar gebouw op jouw skyline.

Waarschijnlijk is het jullie niet ontgaan: de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaart-ziekenhuis zijn heengegaan. Failliet, bankroet, out of business. ‘Hoe dan?’ vraag ik mijzelf hardop af. Ziekenhuizen, strohalmen van de maatschappij, bakens van hoop voor velen, middelpunt van weldoeners en bron van zorg. Een missie van goud houden de zaak niet lopende, dan doen kille, koude, koperen centen. Welke nu op zijn dus. De enige goede reden zou zijn dat alle ziektes en handicaps genezen zijn.

De blaam wordt gelegd bij verschillende partijen. De zorgverzekeraars, het management, gezondheidseconomen zijn eensgestemd als het gaat om de ontvangende groep: patiënten moeten van goede zorg verzekerd blijven. Een nobele gedachte en verder onderbouwen ze hun standpunten adequaat en diepgaand. Ik zie het echter zo: nu een ziekenhuis geen eenmanszaak is en rechtspersoonlijke bescherming geniet, gaan de bestuurders vrijuit. Zij die achterblijven om de gevolgen daadwerkelijk te voelen, zijn de te overplaatsen patiënten. Van het niet kunnen ontvangen van een hoogzwangere vrouw tot een geannuleerde operatie om blaaskanker te verhelpen. Doorstart of niet, zij zijn nu de dupe.

Voor het eerst in mijn naïeve leven merkte ik op dat een ziekenhuis gewoon maar een bedrijf is. Een met een maatschappelijk doel. Net als een welzijnsorganisatie of nog ‘mooier’: een bank. Ik zou dit als zeer tevreden werknemer van een bank niet hardop mogen zeggen, maar ik doe het toch: ons doel staat in schril contrast tot dat van een ziekenhuis. Ons maatschappelijke toevoeging staat in de schaduw van dat van een ziekenhuis. Op de skyline van onze levensloop staat een ziekenhuis als gevestigde constellatie door haar importantie sterk gefundeerd. Funding vanuit de overheid blijft in dezen echter uit. Waar de banken geholpen worden of zelfs (deels) worden overgenomen, moeten de onderhavige ziekenhuizen het hebben van hoop op een goede doorstart.

Deze mentaliteit dateert uit medio 2012 toen oud-minister Schippers besloot om de in slecht weer verkerende zorginstellingen geen redding meer te bieden. Om niet als kortzichtig te ogen, opteer ik niet voor een bodemloze pot aan middelen voor de ziekenhuizen. Ze worden namelijk als bedrijven gedraaid, met alle louche belangen van dien. Nee, dat faciliteert in vrij spel en oneindig veel speelruimte voor corruptie en wanbeleid. Ik kies voor overname en individuele monitoring. Ziekenhuizen die het moeilijk hebben, nemen gevolgen met zich mee die op overheidslevel kunnen worden voorkomen. Een cry for help namens mij: red hen opdat zij ons kunnen blijven redden.