We zijn allemaal tegen discriminatie: en nu?

Discriminatie is een vies woord. En terecht. Maar het is ook een woord dat haar lading dreigt te verliezen. Eens in de zoveel tijd gebeurt er iets dat de gemoederen aardig bezighoudt en leidt tot een golf aan reacties in de (social) media waarin een vorm van ongelijke behandeling aan de kaak wordt gesteld. Iedereen is dan ontzettend tegen discriminatie. Dat is vrij makkelijk, bekt lekker en geeft je boodschap een sterk morele lading. Echter zegt het weinig, want ik kan me haast niet voorstellen dat er iemand echt vόόr discriminatie is. Een veel zinnigere vraag is waarom de vermeende daders het gevoel hebben niet te discrimineren.

Onlangs nog leidde het molesteren van een homostel dat openlijk genegenheid naar elkaar toonde tot veel ophef. Veel mensen kozen ervoor om op social media steun uit te spreken voor de slachtoffers van dit geweld door hun profielfoto de bekende regenboogkleuren te geven. Een andere in het oog springende actie was dat mensen van dezelfde sekse uit protest ook hand in hand gingen lopen. Ook waren er minder genuanceerde geluiden die zich nadrukkelijk richtten tegen Marokkanen: de verdachten zijn van Marokkaanse komaf.

Ongelijke behandeling kan wenselijk zijn
Het is belangrijk om vast te stellen dat discriminatie niet hetzelfde is als ongelijke behandeling. Het is in de meeste gevallen zelfs erg onwenselijk om mensen in iedere situatie gelijk te behandelen. Slechts in sommige gevallen vinden we dat een goed idee. Denk aan het recht om te stemmen: of je nu veel of weinig affiniteit met politiek, beleid en besluitvorming hebt, iedere volwassene mag in beginsel stemmen.

In veel gevallen kiezen we er echter voor om mensen ongelijk te behandelen. Zo is het doorgaans het geval dat wanneer je productiever bent je meer geld verdient en wanneer je meer behoefte hebt aan zorg je dat ook meer krijgt. Natuurlijk is dit een simplificatie van de werkelijkheid, maar laten we zeggen dat dit in ieder geval uitgangspunten zijn. De vraag is nu hoe we deze ongelijke behandeling kunnen rechtvaardigen. Met de zojuist genoemde voorbeelden is dat meestal niet zo’n punt. Zo kan de hoeveelheid werk of de aard van iemands werk een variabele zijn die rechtvaardigt dat de een hoger salaris krijgt dan de andere. Tenzij je een communist bent, is dat een redelijk algemeen aanvaarde redenering.

Een dieper liggende vraag is vervolgens of je een gelijke behandeling moet toepassen in de situatie wanneer mensen zich in gelijke omstandigheden bevinden. Zou een hardwerkende basisschooldocent met een zelfde graad als een middelbare schooldocent niet evenveel moeten verdienen? Hierin schuilt nu precies het probleem van spreken over discriminatie: er is altijd een reden om te concluderen dat de situatie niet helemaal gelijk is en je dus ongelijke behandeling kunt rechtvaardigen. Een middelbare school is immers geen basisschool.

Verbanden leggen 
We zien in het debat rondom het homostel dat slachtoffer werd van geweld vooral de extremen. Zo hebben we daar de anti-buitenlanders-met-een-moslimachtergrond-zie-je-wel?-retoriek. Anderzijds de gelukzalige ‘homo’s-zijn-echt-heel-erg-ok-hoor’- retoriek. En als je goed kijkt zie je ook de ‘homo’s-mag-je-gerust-een-klap-verkopen’-retoriek. Alle drie leiden tot weinig oplossingen. De centrale vraag die gesteld moet worden, wordt namelijk nauwelijks gesteld: bestaat er een verband tussen seksuele geaardheid enerzijds en aardig zijn/ in elkaar geslagen mogen worden anderzijds? En bestaat er een verband tussen het zijn van een Marokkaan en het zijn van een gewelddadige bruut?

Over het antwoord op die vraag zijn we het niet allemaal met elkaar eens. De variabele die tot ongelijke behandeling leidt, kan namelijk worden betwist. Men zou kunnen redeneren dat homoseksualiteit iets onnatuurlijks is en dat de natuur bepaalde dingen niet zo heeft bedoeld. Men kan ook redeneren dat je geaardheid jouw vrijheid is en je zelf lekker mag weten hoe jij je genegenheid naar een ander publiekelijk wil uiten. Eenzelfde discussie kun je hebben over mensen met een Marokkaanse achtergrond. Er zijn mensen die beweren dat Marokkanen in Nederland meer crimineel gedrag vertonen dan anderen. Er zijn ook mensen die stellen dat etniciteit niet zo heel veel zegt over de potentie om een misdadiger te worden, maar wel factoren zoals baanperspectief en sociale in/exclusie.

Hoe het ook zij: het lijkt me erg zinnig om deze variabele die wel of niet tot ongelijke behandeling kan leiden te onderzoeken en dat bespreekbaar te maken in plaats van extremiteiten van de daken te schreeuwen die weliswaar symbolisch heel sterk kunnen zijn, maar weinig zoden aan de dijk zetten. Des te meer we van elkaar begrijpen, des te minder reden we zullen hebben om ongelijke behandeling op een verwerpelijke manier af te dwingen, zoals het in elkaar slaan van iemand wegens diens seksuele geaardheid.