Uit het leven van een rechtendocent: het toiletbezoek

In een steeds veranderende werkomgeving zien we de komst van kantoortuinen, geïntegreerde studie/werkplekken en flexwerkplekken. Kortom: docenten en studenten werken en studeren steeds vaker door elkaar heen en met elkaar. Een ontwikkeling die ik alleen maar kan toejuichen. Echter, leidt dit ook in toenemende mate tot een gezamenlijk gebruik van sanitaire voorzieningen. En daar moeten we het echt even over hebben. Onderhand. Het wordt tijd om een taboe te doorbreken, en eens goed te praten over de sociale omgangsnormen die we zouden moeten hanteren tijdens een toiletbezoek tussen student en docent.

Gebiedsafbakening
Op de eerste plek lijkt het me goed om vast te stellen dat een gemiddeld toilet ten minste drie gradaties aan privacy gevoeligheid kent.

* het ommuurde toilethokje met toiletpot, afgesloten door een deur die op slot kan;
* het urinoir, dat gescheiden wordt door een klein muurtje;
* de wastafel, alwaar men handen wast, haren goed doet en zeer zeker geen drinkwater tapt.

Het is mijn stellige overtuiging dat deze drie afgebakende gebieden een totaal verschillend palet aan sociale omgangsnormen vraagt, die ik hieronder in do’s en dont’s zal uitdrukken. Al het onderstaande is gebaseerd op ruim 12 jaar ervaring in het onderwijs, en is gebaseerd op geanonimiseerde real-life situaties.

Het toilethokje
Dit is natuurlijk niet voor niets ommuurd en afsluitbaar: hier voeren mensen dingen uit die zelfs hun eigen partner niet mogen zien. Hier worden kleine en grote boodschappen in het diepste geheim aan de porseleinen pot toevertrouwd, in alle stilte, sereniteit en ernst.

Do’s:
– Vermijd oogcontact met diegene die het hokje uitloopt, en doe alsof je niet hebt gezien wie het was, zeker wanneer het je docent recht is.
– Wanneer je zelf in zo’n hokje zit en je hoort naast je dat de ander aan het afronden is, wacht dan even een minuutje voordat je zelf afrondt, om zodoende te voorkomen dat je tegelijk uit je hokje komt.

Dont’s:
– Nadat je je docent een hokje uit ziet lopen, loop dan niet meteen datzelfde hokje binnen: wat je daar mogelijkerwijs aantreft met je zintuigen wil je niet weten, en hoef je niet te weten. Neem gewoon een ander hokje, of wacht.
– Wanneer je je docent een hokje binnen ziet lopen, roep dan niet hardop de naam van deze docent (zodat iedereen in de andere hokjes weet wie er in dat ene hokje naar binnen gaat), en ga zeker geen werk gerelateerde vragen stellen als ‘weet u al wanneer de cijfers bekend zijn?’
– Hele slechte Franstalige rapmuziek opzetten ter verdoezeling van de geluiden die je maakt tijdens het uitscheidingsproces.

Het urinoir
Dit is aanzienlijk minder privacygevoelig vergeleken met het hokje. Tegelijkertijd kun je nauwelijks voorkomen te luisteren naar het gekletter van je buurman, hetgeen toch iets ongemakkelijks heeft.

Do’s:
– Een begroeting of hoofdknikje.
– Een luchtige opmerking over het weer, fileleed dan wel ‘dat het bijna weekend is’, ‘dat het weekend weer voorbij is’ of ‘dat de week weer doormidden is’.

Dont’s:
– Tijdens het klaterende geluid van je plasje aan je docent werkgerelateerde vragen stellen.
– Kroegpraat, zoals ‘even mijn beste vriend een hand geven’, ‘when you shake it more than twice it’s a wank’ of iets in de trend van zwaardvechten.
-Verwijzingen maken naar slechte carnavals-hits, zoals daar zijn: ‘ze maken mij de pis niet lauw’ / ‘laat maar waaien’.

De wastafel
Dit is de meest relaxte plek in het hele toiletblok-universum. Echter, je wilt –zeker wanneer je uit het toilethok komt gelopen- enige vorm van anonimiteit waarborgen.

Do’s:
– Luchtige werkgerelateerde dingen bespreken als: ‘tot straks bij het college’ of ‘tot zo bij ons overleg’.
– Luchtige koetjes en kalfjes bespreken, zoals ‘vanavond nieuwe aflevering van The Good Place op Netflix’, ‘ga je nog een VrijMiBo’tje doen’ of ‘heeft u ook in de file gestaan?’

Dont’s:
– Vragen stellen aan je docent over de kwaliteit van je toiletbezoek.
– Praten over eten. Op een toilet praat je niet over eten. Ook niet aan de wastafel.
– Je neus voor de spiegel snuiten zodat iedereen vrolijk kan meegenieten van alle ‘collateral damage’.
– Vragen wanneer je tentamen nu is nagekeken.
– Vragen in hoeverre de Kelderluik-criteria toegepast worden bij ‘een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt’ zoals omschreven in lid 2 van 6:162 BW.
– GEEN HAND GEVEN VOORDAT JE JE HANDEN GEWASSEN HEBT!

Ik hoop dat ik zo enige helderheid heb gecreëerd ten aanzien van de gewenste en ongewenste omgangsnormen bij het toiletbezoek. Het zal de lezer niet ontgaan zijn dat ik me heb gespecialiseerd in het herentoilet. Ik heb me laten vertellen dat de omgangsnormen bij een vrouwentoilet totaal anders zijn. Ik voel zelf niet de behoefte hier onderzoek naar te doen. Wellicht dat iemand anders daar diens plasje over wil doen.