Opeens heb je het. Je wordt jurist!

Volgens Van Dale is een jurist een rechtsgeleerde. Een rechtsgeleerde is – ook weer volgens Van Dale – iemand die het recht bestudeerd heeft. Dat is een leuke omschrijving, maar heel veel schiet je er niet mee op. Dat iemand die meester in de rechten ook jurist is, daarover valt niet echt te twijfelen. Iemand die de bachelor Rechtsgeleerdheid heeft afgerond? Wat mij betreft een jurist. Na de opleiding HBO-rechten? HBO-jurist. Toch wordt het daar al wat vager. Iemand die bijna klaar is met de bachelor Rechtsgeleerdheid en nog één vak te gaan heeft? Twee vakken? Waar ligt de grens?

Zo kan het dus gebeuren dat iemand op een dag wakker wordt, zijn baan in de mode zat is en besluit een andere carrière na te streven: hij wordt jurist. Nu is jurist al niet echt een heel duidelijk omlijnd begrip, juridisch adviseur is dat nog minder. Daar ligt dan ook een mooie kans; hij zet een bv op poten, noemt zichzelf ‘managing partner’ en ‘juridisch adviseur’ en gaat aan de slag. Voor de vorm volgt hij een propedeusevak rechten, maar voor écht studeren heeft hij het te druk met zijn adviesbureau. Mensen die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen en niet thuis zijn in de Nederlandse wet vinden hem met zijn grote mond en de blufpoker die hij speelt geweldig. Het duurt dan ook niet lang voordat hij in de waan leeft dat hij de beste advocaat van Nederland is. De állerbeste. Omdat de hoeveelheid werk hem boven het hoofd groeit, neemt hij mensen in dienst. Ook dan speelt hij een aardig spelletje blufpoker en laat ze geloven dat hij zo goed als klaar is met zijn rechtenstudie, alleen nog een scriptie hoeft te schrijven en al een patroon heeft gevonden voor na die tijd, om als advocaat-stagiair aan de slag te gaan. Sterker nog, met die ‘patroon’ werkt hij nu al nauw samen.

Een van de medewerkers, die wel al bijna klaar is met de master Rechten, prikt die zeepbel waarin hij leeft echter keer op keer door en dat irriteert hem mateloos. Hij is de beste! HIJ! En ondanks zijn specialisatie in arbeidsrecht, besluit hij alle regels met betrekking tot ontslag aan zijn laars te lappen. Twee weken na afloop van de proeftijd ‘bevestigt’ hij aan de medewerker dat de arbeidsovereenkomst al tijdens de proeftijd werd opgezegd. En dat kan natuurlijk niet. Dat laat de medewerker aan hem weten, per aangetekende brief en per mail. Maar op de mail reageert hij niet en de aangetekende brief weigert hij. De enige reactie die hij geeft, is een aangifte wegens diefstal van de sleutel van het kantoorpand – die hij zelf aan de medewerker heeft overhandigd. Die aangifte doet hij pas op het moment dat hij bericht krijgt van de rechtbank dat er een verzoekschrift is ingediend. Als de zaak eenmaal bij de kantonrechter terecht is gekomen, voert hij geen verweer en verschijnt niet op de zitting.1

Ondertussen maakt hij het nog bonter bij een andere medewerkster. Zij werkt al iets langer voor hem, dus bevestigen dat de overeenkomst al tijdens de proeftijd werd opgezegd is in dit geval een ‘no go’. Dát snapt hij dan in ieder geval zelf ook. Dus hij ontslaat haar op staande voet. Maar een dag later is ze toch maar niet ontslagen. Daarop volgt natuurlijk een discussie (want deze medewerkster heeft wel een master Rechtsgeleerdheid afgerond) en zij meldt zich ziek. Hij zoekt haar (onverwacht) thuis op, met rode rozen en cadeaus, een kaartje met een Turkse tekst (vertaald in het Nederlands: ‘Welkom in mijn hart/leven, welkom m’n roosje’) en stelt voor samen te gaan douchen. Ook deze werkneemster eindigt bij de rechter en ook in deze zaak voert hij geen verweer en verschijnt hij niet op de zitting.2

Voor het niet voeren van verweer in beide zaken en het niet verschijnen op de zittingen heeft hij natuurlijk een goed excuus: hij heeft het veel te druk. Zijn juridisch adviesbureau draait gewoon door. Hij heeft veel te veel zaken, veel te veel werk, want hij is uiteindelijk de beste advocaat van Nederland, al zegt hij het zelf.

Wanneer ben je jurist? Dat blijft vaag, alhoewel de Haarlemse kantonrechter wel duidelijk maakt wanneer je het níet bent:
“Drie propedeusevakken rechten gevolgd aan de Open Universiteit?! Dáár word je geen jurist van!”

1. Niet gepubliceerd
2. ECLI:NL:RBNHO:2016:6300

Reacties

reacties